Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te Diemen, eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, een student die studiefinanciering ontvangt en tevens als zelfstandig taxichauffeur werkt, vroeg op 31 maart 2020 een Tozo-uitkering aan. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat eiser jonger is dan 27 jaar en studiefinanciering ontvangt, wat volgens de Participatiewet een uitsluitingsgrond vormt voor algemene bijstand.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat hij in eerste instantie een voorschot had ontvangen en dat hij erop mocht vertrouwen dat hij recht had op de Tozo-uitkering. Daarnaast voerde hij aan dat hij voldeed aan het urencriterium en dat zijn studiefinanciering geen passende en toereikende voorliggende voorziening is. De rechtbank oordeelde dat de afwijzing terecht was omdat de uitsluitingsgrond duidelijk in de wet en de Tozo-regeling was opgenomen vanaf het begin.
De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen toezegging was gedaan en het voorschot expliciet was toegekend in afwachting van de definitieve beslissing. Ook het beroep op dringende redenen om af te zien van terugvordering van het voorschot werd afgewezen, omdat het college binnen haar beleidsvrijheid handelde en betalingsregelingen mogelijk maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de Tozo-uitkering wegens de uitsluitingsgrond voor jongeren met studiefinanciering.