ECLI:NL:RBAMS:2021:6454
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak oplichting
De officier van justitie diende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in ter hoogte van €89.395,00, gebaseerd op de beschuldiging van oplichting tegen de betrokkene. Deze vordering werd gelijktijdig met de strafzaak behandeld, maar de ontnemingszaak werd aangehouden tot 22 oktober 2021.
Op 2 augustus 2021 werd de betrokkene in de strafzaak vrijgesproken van de oplichtingsbeschuldiging waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd. Tijdens de terechtzitting op 5 november 2021 verzocht de officier van justitie dan ook om de ontnemingsvordering af te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat omdat de strafzaak vrijspraak opleverde, de grondslag voor de ontnemingsvordering ontbreekt en wees daarom de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens vrijspraak van de onderliggende oplichtingsbeschuldiging.