ECLI:NL:RBAMS:2021:6455
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak oplichting
De officier van justitie diende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in ter hoogte van €575.523,00, gebaseerd op beschuldigingen van oplichting tegen de betrokkene. Deze vordering was gekoppeld aan een strafzaak waarin de betrokkene werd verdacht van oplichting.
De strafzaak en de ontnemingszaak zouden gelijktijdig worden behandeld, maar de behandeling van de ontnemingszaak werd aangehouden op verzoek van het Openbaar Ministerie. Op 2 augustus 2021 werd de betrokkene in de strafzaak vrijgesproken van de oplichtingsbeschuldigingen.
Gezien de vrijspraak van de betrokkene in de strafzaak, waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd, heeft de officier van justitie ter zitting verzocht de ontnemingsvordering af te wijzen. De rechtbank heeft dit verzoek overgenomen en de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 5 november 2021, waarbij de rechters B. Vogel (voorzitter), M. Smit en E.J. Weller het vonnis hebben gewezen.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen vanwege de vrijspraak van oplichting.