Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
[slachtoffer 1] , bijgestaan door haar advocaat mr. S. Aytemür, en [slachtoffer 2] , bijgestaan door mr. S. Jackson, juridisch medewerker van Slachtofferhulp Nederland, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
5 augustus 2021 – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
bijlage II(waaronder de bekennende verklaring van verdachte), wettig en overtuigend bewezen.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat verdachte ter beschikking wordt gesteld (hierna: tbs-maatregel) met bevel dat hij van overheidswege wordt verpleegd. De officier van justitie heeft in haar op schrift gestelde requisitoir uiteengezet dat aan alle vereisten voor oplegging van tbs-maatregel met dwangverpleging is voldaan.
Primair heeft de verdediging verzocht de zaak aan te houden zodat de reclassering opnieuw een advies kan uitbrengen naar aanleiding van het aanvullende rapport van de deskundigen en de mogelijkheid van een tbs-maatregel met voorwaarden nader kan worden onderzocht. Verdachte is sterk verminderd toerekeningsvatbaar. De verdediging heeft daarom subsidiair verzocht om een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest en een tbs-maatregel met dwangverpleging.
11 en 16 juni 2021. Uit het psychologisch rapport van 11 juni 2021, opgesteld door
S.J.D. Dijkstra en J.M. Oudejans, psychologen, blijkt het volgende. Verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van alcohol, cannabis en cocaïne. Deze stoornissen waren ten tijde van het plegen van voornoemde feiten aanwezig. De combinatie van schizofrenie en de stoornissen in het middelengebruik belemmeren verdachte ernstig in zijn vermogen om zijn leven adequaat te structuren en duurzaam vorm en richting te geven aan zijn leven, stabiele relaties aan te gaan, betaald werk en woonruimte te vinden en deze behouden. De verslaving wordt in stand gehouden door de schizofrenie en psychiatrische stabilisatie wordt belemmerd door het middelengebruik. Op grond van deze overwegingen wordt geconcludeerd dat het tenlastegelegde, ondanks het opportunistische en financieel gemotiveerde karakter van het tenlastegelegde, volledig is ingebed in zijn meervoudige pathologie, die zijn wils- en keuzevrijheid in aanzienlijke mate heeft ingeperkt. Het advies is daarom om het tenlastegelegde in verminderde mate toe rekenen. De kans op herhaling van (soortgelijke) feiten wordt op korte termijn ingeschat als hoog. De aard en ernst van de meervoudige problematiek vereist intensieve, langdurige klinische (medicamenteuze) behandeling, waarin zowel de schizofrenie als de middelenpathologie wordt behandeld en er aandacht is voor de verwerking van traumatische ervaringen. De psychologen adviseren om aan verdachte een tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen.
8.Ten aanzien van het beslag
- 2 STK Handschoen, omschrijving G6013361;
- 1 STK Trainingspak, omschrijving G6013362, Adidas;
- 1 STK Vest, omschrijving G6013363;
- 1 STK Papier, omschrijving G6013369;
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen
€ 3.212,83, bestaande uit schade aan de scooter, een weggenomen geldbedrag, het maken van nieuwe (huis)sleutels en de overige eigendommen van de scooter kan worden toegewezen.
[slachtoffer 1] van € 2.000,- aan immateriële schade en de materiële schade van € 6.361,89 geheel toewijsbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2021. De rechtbank acht de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
achttien maanden.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege wordt verpleegd.
- 1 STK Trainingspak, omschrijving G6013362, Adidas;
- 1 STK Vest, omschrijving G6013363;
- een simkaart (zonder omschrijving);
- schoenen, omschrijving G6017378.
- 20 EUR; IBGN 1-1-2021, omschrijving G6013274;
- 1 STK Papier, omschrijving G6013369.
benadeelde partij [slachtoffer 4]toe tot een bedrag van
€ 2.000,- (tweeduizend euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 januari 2021) tot aan de dag van voldoening.
ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 2.000,- (tweeduizend euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 januari 2021) tot aan de dag van voldoening. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 30 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
benadeelde partij [slachtoffer 3]toe tot een bedrag van
€ 1.528,- (duizend vijfhonderdachtentwintig euro)aan vergoeding van materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 januari 2021) tot aan de dag van voldoening. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.
ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 1.528,-
benadeelde partij [slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 8.361,89 (achtduizend driehonderdeenenzestig euro en negenentachtig cent)aan vergoeding van materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2021) tot aan de dag van voldoening.
ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 8.361,89 (achtduizend driehonderdeenenzestig euro en negenentachtig cent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2021) tot aan de dag van voldoening. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 76 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
benadeelde partij [slachtoffer 6]toe tot een bedrag van
€ 885,- (achthonderdvijfentachtig euro)aan vergoeding van materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2021) tot aan de dag van voldoening.
ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat € 885,- (achthonderdvijfentachtig euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2021) tot aan de dag van voldoening. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 17 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
benadeelde partij [slachtoffer 2]toe tot een bedrag van
€ 3.495,47 (drieduizend vierhonderdvijfennegentig euro en zevenenveertig cent)aan vergoeding van materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2021) tot aan de dag van voldoening. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.
ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 3.495,47 (drieduizend vierhonderdvijfennegentig euro en zevenenveertig cent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2021) tot aan de dag van voldoening. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 44 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.