Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en die als hier ingevoegd geldt.
Rechtbank Amsterdam
Op 30 maart 2019 vond in de winkel van verdachte een incident plaats waarbij aangeefster verklaarde onvrijwillig te zijn betast en gezoend door verdachte in de toiletruimte. Verdachte stelde dat het contact consensueel was en dat zij elkaar al langere tijd kenden.
Tijdens de terechtzitting op 5 februari 2021 werd vastgesteld dat er geen getuigenverklaringen waren die het incident in de toiletruimte konden bevestigen, noch camerabeelden van binnen de toiletruimte. Wel was er oogcontact en interactie zichtbaar voorafgaand aan het toiletbezoek. Aangeefster verbleef ruim acht minuten met verdachte in de toiletruimte.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om vast te stellen dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van de handelingen. De verklaringen van partijen waren tegenstrijdig en het feit dat aangeefster geen duidelijke grenzen had gesteld en aanvankelijk geen aangifte wilde doen, leidde tot twijfel over de vrijwilligheid.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij van aanranding en dwang.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij aangeefster tegen haar wil heeft betast en gezoend.