ECLI:NL:RBAMS:2021:6855

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 oktober 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
13/751857-21
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens georganiseerde diefstal

De rechtbank Amsterdam heeft op 22 oktober 2021 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering ex artikel 23 Overleveringswet Pro, ingediend door de officier van justitie. Het betreft een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse autoriteiten wegens georganiseerde of gewapende diefstal. De opgeëiste persoon, geboren in 2002 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd via telehoren gehoord en bijgestaan door een raadsman en tolk.

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en onderzocht of het EAB aan de wettelijke eisen voldoet. De strafbare feiten zijn opgenomen in de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft. De opgeëiste persoon voerde een onschuldverweer en stelde dat hij op de pleegdata in Spanje verbleef, maar kon dit niet aantonen.

Omdat het EAB voldoet aan de vereisten en er geen weigeringsgronden zijn, heeft de rechtbank de overlevering aan Duitsland toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751857-21
RK nummer: 21/4476
Datum uitspraak: 22 oktober 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 augustus 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 april 2021 door het
Amtsgericht Köln(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 2002,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans uit andere hoofde gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 oktober 2021. Het verhoor heeft – via telehoren – plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. N. Hendriksen, advocaat te Hoorn en door een tolk in de Arabische taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel tot voorlopige hechtenis van 19 maart 2021 van het
Amtsgericht Kölnmet kenmerk 504 Gs 1096/21.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal
Volgens de op het A formulier vermelde gegevens is op deze feiten naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.Onschuldverweer

De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd nu de opgeëiste persoon geen enkele betrokkenheid heeft bij de feiten en hij op de pleegdata van de feiten in Spanje verbleef.
De opgeëiste persoon heeft dit echter tijdens het verhoor ter zitting niet aangetoond.
De onschuldbewering kan reeds om die reden niet leiden tot weigering van de overlevering.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Köln(Duitsland).
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.T.C. de Vries en Q.R.M. Falger, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 22 oktober 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.