Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, verweerder
Procesverloop
mrs. J.L. Dijkstra en S. Voortman.
Overwegingen
1 januari 2020 is bekendgemaakt, het recht van toepassing zoals dat gold vóór
1 januari 2020.
december 2018 heeft verweerder eisers advocaat in concept een vaststellingsovereenkomst doen toekomen. In de artikelen 1.1 en 1.2 van de conceptovereenkomst is opgenomen dat aan eiser met ingang van 1 september 2019 ontslag zal worden verleend en dat hem tot die dag bijzonder verlof wordt verleend met de vrijheid een andere werkkring te zoeken. In artikel 12.1 van de conceptovereenkomst is neergelegd dat voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst eiser een besluit van verweerder op zijn bezwaar van 6 juni 2018 zal ontvangen.
nade overeenstemming, namelijk op 21 december 2018, zou worden genomen. Eiser wordt daarom evenmin gevolgd in zijn uit het advies van de Adviescommissie overgenomen, stelling dat er geen overeenstemming is bereikt, omdat in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat overeenstemming pas bereikt is
nahet ontvangen van de beslissing op zijn bezwaar.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit voor zover daarbij is beslist op de bezwaren tegen de besluiten van 28 september 2018, 1 oktober 2018, 3 oktober 2019 en 12 september 2019 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond voor zover daarbij is beslist op het bezwaar tegen het ontslagbesluit van 10 januari 2019.
mr. J.A.C.M. Nielen, leden,in aanwezigheid van mr. L.N. Linzey, griffier
.De beslissing wordt in het openbaar uitgesproken.