Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:7259

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2021
Publicatiedatum
13 december 2021
Zaaknummer
13/751605-19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 22 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens intrekking Europees aanhoudingsbevel

De zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse autoriteiten. De opgeëiste persoon, met de Indonesische nationaliteit, werd gezocht voor overlevering op basis van dit bevel.

De procedure kende meerdere zittingen, waarbij de rechtbank de beslistermijn meerdere malen verlengde en het onderzoek tijdelijk opschortte in afwachting van aanvullende informatie. Op 9 september 2021 berichtten de Duitse autoriteiten dat het EAB was ingetrokken.

Op de zitting van 25 november 2021 verscheen de opgeëiste persoon niet, in overleg met de rechtbank, vanwege de intrekking. De rechtbank stelde vast dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is omdat de grondslag van haar vordering is komen te vervallen. Tevens werd vastgesteld dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat het Europees aanhoudingsbevel is ingetrokken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751605-19
RK nummer: 19/6471
Datum uitspraak: 25 november 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 november 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 13 juni 2019 door het
Amtsgericht Hechingen(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Indonesië) op [geboortedag] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting 6 februari 2020
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 6 februari 2020 in aanwezigheid van de officier van justitie, mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.M.E. Kleczewski, advocaat te Venlo.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW (oud) uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
Tussenuitspraak 20 februari 2020
Bij tussenuitspraak van 20 februari 2020 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van nadere informatie.
Zitting 25 november 2021
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 25 november 2021 in aanwezigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw zijn – in overleg met de rechtbank – niet ter zitting verschenen, gelet op het bericht van 9 september 2021 van de Duitse autoriteiten dat het EAB is ingetrokken.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Indonesische nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering omdat het EAB is ingetrokken.
De rechtbank overweegt dat met de intrekking van het EAB, de grondslag aan de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van het overleveringsverzoek is komen te ontvallen. De rechtbank volgt de officier van justitie dan ook in haar conclusie dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in haar vordering.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
STELT VASTdat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. M. van Mourik en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 25 november 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.