ECLI:NL:RBAMS:2021:7302
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ontnemingsprocedure na voldaan schikkingsovereenkomst
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht. De vordering betrof het bedrag dat veroordeelde had verkregen door strafbare feiten zoals medeplegen van dwang, diefstal, verduistering en valsheid in geschrifte.
De officier van justitie had met veroordeelde een ontnemingsschikking getroffen waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op € 26.500,00. Veroordeelde heeft dit bedrag inmiddels volledig voldaan. Tijdens de terechtzitting op 26 november 2021 heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank verklaart dat de zaak van rechtswege is geëindigd.
De rechtbank overwoog dat, hoewel de wet niet expliciet voorschrijft hoe te beslissen bij voldane schikking, het het meest recht doet aan de wettelijke bedoeling om de ontnemingsprocedure af te sluiten. De rechtbank verwees naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter ondersteuning van deze interpretatie. De rechtbank verklaarde vervolgens dat de zaak van rechtswege is geëindigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontnemingszaak van rechtswege geëindigd na volledige voldoening van de schikking.