ECLI:NL:RBAMS:2021:760
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.C. Langendoen
- R.B. Kleiss
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Gemeente Amsterdam mag extra vergunningvoorschriften voor raamexploitanten stellen
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de vraag centraal of de gemeente Amsterdam terecht aanvullende vergunningvoorschriften heeft gesteld aan exploitanten van raamprostitutiebedrijven op de Wallen. Eisers, exploitanten en sekswerkers, betwisten diverse voorschriften die aan hun exploitatievergunningen zijn verbonden, waaronder maximale werktijden, intakegesprekken, aanwezigheidsplichten en administratieve eisen.
De procedure kent een lange voorgeschiedenis met eerdere uitspraken van de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft eerder geoordeeld dat de voorschriften voldoen aan de criteria van de Dienstenrichtlijn. De rechtbank bevestigt dit oordeel en toetst per beroepsgrond de evenredigheid, geschiktheid en duidelijkheid van de voorschriften.
De rechtbank concludeert dat de maximale werktijden voor sekswerkers een gerechtvaardigde beperking vormen ter voorkoming van uitbuiting en mensenhandel. Ook het voorschrift over intakegesprekken en de zelfredzaamheidstoets is passend en proportioneel. Verder oordeelt de rechtbank dat de eis dat bij noodsituaties iemand binnen enkele minuten ter plekke moet zijn, evenals de toezichtrondes en de dagelijkse paspoortcontrole, voldoen aan de eisen van de Dienstenrichtlijn en niet onduidelijk zijn.
Ten aanzien van de bedrijfsadministratie wijst de rechtbank erop dat eisers een geanonimiseerde administratie moeten overleggen, wat niet in strijd is met de privacywetgeving. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de gemeente Amsterdam de vergunningvoorschriften terecht heeft gesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de gemeente Amsterdam de vergunningvoorschriften terecht heeft gesteld.