Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 november 2021.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, eigenaar van een bedrijf sinds 2017 en sinds september 2020 voltijdstudent accountancy, vroeg op 6 oktober 2020 Tozo 3 aan. Het college wees de aanvraag af omdat eiser studeert en recht heeft op studiefinanciering in de vorm van een rentedragende lening, die als voorliggende voorziening geldt.
Eiser maakte bezwaar, stellende dat hij geen prestatiebeurs ontvangt en zijn vaste lasten niet kan betalen. Het college handhaafde het besluit, stellende dat de lening toereikend en passend is. De rechtbank overwoog dat de lening op grond van de Wet studiefinanciering 2000 inderdaad een voorliggende voorziening is volgens de Participatiewet.
De rechtbank stelde vast dat eiser ouder was dan 27 jaar en studeerde, waardoor hij aanspraak kan maken op studiefinanciering. Het feit dat eiser geen gebruik wil maken van de lening vanwege schuldenopbouw, leidt niet tot recht op Tozo. Dringende redenen voor bijstand waren niet aannemelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Tozo 3-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat studiefinanciering als voorliggende voorziening geldt.