Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser (hierna: [eiser] )
Procesverloop
Overwegingen
31 augustus 2020. [eiser] voert aan dat hij in augustus met zijn werkgever mondeling is overeengekomen dat zijn arbeidsovereenkomst per 1 september 2020 voor onbepaalde tijd wordt verlengd. Uit de stukken die zijn overgelegd blijkt niet dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De rechtbank vindt dat het op de weg van [eiser] had gelegen om stukken over te leggen die zijn stelling onderbouwen. Het Uwv heeft daarom terecht vastgesteld dat sprake is van een stilzwijgende verlenging van de arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar, in dit geval tot en met 31 augustus 2021. [2]
Beslissing
mr. N. Bissumbhar, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2021.