ECLI:NL:RBAMS:2021:8135

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 december 2021
Publicatiedatum
15 augustus 2022
Zaaknummer
AMS 20/1238
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar remigratie-uitkering wegens te late indiening

Eiseres, woonachtig in Marokko, heeft een remigratie-uitkering aangevraagd die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) is afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden, zoals leeftijd en verblijfsduur in Nederland.

Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar diende dit te laat in zonder een geldige reden te geven voor de termijnoverschrijding. De Svb verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. Eiseres stelde dat zij wel een reden had gegeven, maar kon dit niet onderbouwen.

De rechtbank stelde vast dat het bezwaarschrift na de uiterste datum was ontvangen en dat eiseres geen geldige reden had voor de late indiening. Wel werd het te laat betalen van het griffierecht door vertraging in postbezorging als verschoonbaar beoordeeld, waardoor de zaak inhoudelijk werd behandeld.

Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen vergoeding van het griffierecht toegekend.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/1238

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te Driouch (Marokko), eiseres (hierna: [eiseres] )

en

de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder (hierna: Svb)

( [gemachtigde] ).

Procesverloop

Met een besluit van 27 augustus 2019 (het primaire besluit) heeft de Svb aan [eiseres] meegedeeld dat zij geen recht heeft op een remigratie-uitkering.
Met een besluit van 8 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard.
[eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2021.
[eiseres] was niet aanwezig. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Wat aan deze procedure voorafging
1. [eiseres] woont in Marokko. Zij heeft een remigratie-uitkering aangevraagd. Met het primaire besluit heeft de Svb aan [eiseres] laten weten dat zij geen recht heeft op een remigratie-uitkering omdat zij niet voldoet aan de geldende voorwaarden. [eiseres] heeft de leeftijd van 55 jaar nog niet bereikt, woonde ten tijden van de aanvraag niet in Nederland en heeft ook niet onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag ten minste acht jaar in Nederland verbleven. Verder is [eiseres] geen partner in de zin van de Remigratiewet.
2. [eiseres] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met een brief van 7 november 2019 heeft de Svb aan [eiseres] gevraagd waarom zij te laat bezwaar heeft gemaakt. [eiseres] heeft niet gereageerd. Omdat [eiseres] geen geldige reden heeft gegeven voor het te laat bezwaar maken, heeft de Svb met het bestreden besluit het bezwaar van [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar niet inhoudelijk behandeld.
Standpunt van [eiseres]
3. [eiseres] is het niet eens met de Svb. Volgens haar heeft zij al een reden gegeven waarom zij te laat bezwaar heeft gemaakt.
Het oordeel van de rechtbank
4. Voordat de rechtbank inhoudelijk naar de zaak kan kijken, moet worden vastgesteld of het beroep ontvankelijk is. De rechtbank zal daarom eerst nagaan of [eiseres] tijdig het griffierecht heeft betaald.
5. De rechtbank stelt vast dat [eiseres] het griffierecht niet op tijd heeft betaald. Gelet op de vertraging in de postbezorging in Marokko als gevolg van de uitbraak van het coronavirus en de lockdown, vindt de rechtbank dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het is niet aan [eiseres] te wijten dat zij het griffierecht te laat heeft betaald. De rechtbank zal daarom de zaak van [eiseres] inhoudelijk beoordelen.
6. De rechtbank moet beoordelen of de Svb terecht het bezwaar van [eiseres] tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard.
7. De rechtbank stelt vast dat het bezwaar van [eiseres] door de Svb op 25 oktober 2019 is ontvangen. De termijn voor het maken van bezwaar eindigde op 8 oktober 2019. De poststempel op de brief van het bezwaarschrift vermeldt 15 oktober 2019. Omdat [eiseres] geen reden heeft gegeven waarom zij haar bezwaar te laat heeft verstuurd, heeft de Svb het bezwaar van [eiseres] terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat [eiseres] geen gelijk krijgt.
9. Er is geen reden om het betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Lauwaars, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Bissumbhar, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2021.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel