Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verweerder]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
(4 dagen van 9,5 uur, vrijdag vrij) wegens het afronden van de studie zou worden beëindigd en dat teruggegaan zou worden naar 5 werkdagen.
Verzoek
(i) primair: de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden met inachtneming van de opzegtermijn op grond van artikel 7:671b jo. 7:669 lid 1 sub 3 sub g BW (verstoorde relatie) onder toekenning van de transitievergoeding;
(ii) subsidiair: de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden met inachtneming van de opzegtermijn op grond van artikel 7:671b jo. 7:669 lid 1 sub 3 sub d BW(disfunctioneren) onder toekenning van de transitievergoeding;
(iii) meer subsidiair: de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden met inachtneming van de opzegtermijn op grond van artikel 7:671b jo. 7:669 lid 1 sub 3 sub i BW (combinatiegrond) onder toekenning van de transitievergoeding en een door de kantonrechter te bepalen vergoeding ex artikel 7:671b lid 8 jo. 7:673 lid 2 BW.
Verweer en tegenverzoek
(i) primair: om het verzoek tot ontbinding af te wijzen en te bepalen dat werkgever haar volledig en in de volle omvang, zonder enige beperkingen en uiterlijk binnen 48 uur nadat de beschikking in deze zaak is gewezen, tewerk stelt in de functie Senior Accounting Officer, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat werkgever niet voldoet aan deze veroordeling;
(ii) subsidiair, indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, werkgever te veroordelen tot betaling van:
a. de wettelijke transitievergoeding van € 29.550,99 bruto bij beëindiging per 1 augustus 2021 dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag overeenstemmend met een latere of eerdere ontbinding van de arbeidsovereenkomst;
b. een billijke vergoeding van € 61.730,28 bruto dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;
c. een extra vergoeding bij ontbinding op de i-grond ter hoogte van 50% van de transitievergoeding;
d. de wettelijke rente over voormelde bedragen;
terwijl bij het bepalen van de einddatum rekening moet worden gehouden met de voor werkgever geldende opzegtermijn van zes maanden, zonder aftrek van de duur gelegen tussen de ontvangst van het verzoekschrift en de dagtekening van de ontbindingsbeschikking;
(iii) primair en subsidiair, veroordeling van werkgever tot betaling van
e. de volledige door werknemer gemaakte advocaatkosten van € 20.000,00, te vermeerderen met btw;
f. € 19.934,80 bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, ter zake door werknemer gemaakte overuren in 2016, 2019 en 2020;
g. de proceskosten.
Beoordeling
In het verzoek
Slotsom beide verzoeken
BESLISSING
van € 14.778,85 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2021;
€ 5.749,30 bruto ter zake van overuren over 2019 en 2020, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf de respectieve data van opeisbaarheid;