ECLI:NL:RBAMS:2021:834

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2021
Publicatiedatum
3 maart 2021
Zaaknummer
C/13/697216 / FA RK 21-840
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 WvggzArt. 6:2 Wvggz
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging en verlenging verplichte zorg onder Wvggz

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 februari 2021 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.

De advocaat van betrokkene voerde aan dat een wijziging van de zorgmachtiging niet mogelijk is zonder tijdelijke extra verplichte zorg zoals bedoeld in artikel 8:12 Wvggz Pro. De rechtbank volgde deze redenering en oordeelde dat het verzoek geen tijdelijke extra zorg betrof, maar een verlenging van een bestaande machtiging die tot 17 mei 2021 loopt. Daarom geldt geen beslistermijn van drie werkdagen, maar een termijn van circa drie weken.

Uit de stukken en het verhoor bleek dat betrokkene een schizofreniespectrumstoornis heeft waarvoor medicatie noodzakelijk is, maar deze lange tijd weigerde, waardoor opname en behandeling langer duurden. De rechtbank achtte een langere opname noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene verzette zich tegen de wijziging, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven.

De rechtbank besloot de verlenging van de bestaande verplichte zorgmaatregelen toe te staan, waaronder beperking van bewegingsvrijheid, toezicht, onderzoek aan kleding en lichaam, controle op gedragsbeïnvloedende middelen en opname in de accommodatie, tot de resterende duur van de machtiging tot 17 mei 2021. Het verzoek tot tijdelijke extra zorg werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgmachtiging en verlengt verplichte zorgmaatregelen tot 17 mei 2021, terwijl het verzoek tot tijdelijke extra zorg wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/697216 / FA RK 21-840
kenmerk: ZM / 28241
Machtiging wijziging machtiging verplichte zorg Wvggz.
Beschikking van 10 februari 2021de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verblijvende te [woonplaats] , Arkin, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. P. Jeeninga.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffier op 8 februari 2021, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 17 november 2020 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 februari 2021 in de accommodatie van Arkin, locatie [locatie] . De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- de heer O. de Peuter, behandelend psychiater.
Omdat de officier van justitie een nadere motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet op de mondelinge behandeling verschenen
.

2.Beoordeling

2.1.
De advocaat heeft bepleit dat een wijziging van de bestaande zorgmachtiging, in onderhavig geval een verlenging van de geldigheidsduur van enkele verplichte vormen van zorg, niet mogelijk is omdat de wet in artikel 8:12, vierde tot en met zevende lid, Wvggz een wijziging van de zorgmachtiging aan niet in de zorgmachtiging opgenomen tijdelijk verplichte zorg in een noodsituatie koppelt. Een los daarvan staande wijziging van de zorgmachtiging kent de wet niet waardoor de raadsman concludeert dat een wijziging van de zorgmachtiging niet mogelijk is.
2.2.
In lijn met de conclusie van de procureur-generaal bij het Parket van de Hoge Raad van 11 december 2020 (ECLI:NL:PHR:2020:1179) oordeelt de rechtbank als volgt. Indien toepassing is gegeven aan artikel 8:11 Wvggz Pro (tijdelijke ‘extra’ verplichte zorg) en door de officier van justitie een verzoek als bedoeld in art. 8:12 Wvggz Pro bij de rechtbank is ingediend tot wijziging van de bestaande zorgmachtiging om het voortzetten van één of meer vormen van verplichte zorg langer dan drie dagen mogelijk te maken, moet de rechtbank binnen drie werkdagen op het verzoek beslissen. Dit volgt uit artikel 6:2, onderdeel d, Wvggz.
De rechtbank oordeelt met de raadsman dat in het onderhavige geval geen sprake is van tijdelijke ‘extra’ verplichte zorg in de zin van artikel 8:11 Wvggz Pro, omdat sprake is van een verzoek tot wijziging van een reeds bestaande zorgmachtiging die loopt tot en met 17 mei 2021. Hiervoor geldt geen beslistermijn van drie werkdagen omdat slechts de algemene regel van art. 6:2 lid 1 Wvggz Pro van toepassing is, die inhoudt dat de rechter ‘zo spoedig mogelijk’ uitspraak doet. Naar analogie van artikel 6:2 lid 1 sub a Wvggz Pro ligt een beslistermijn van 3 weken voor de hand.
De rechtbank zal dan ook overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
2.3.
Ten aanzien van betrokkene is op 17 november 2020 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan.
2.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat tijdens de huidige opname aanvankelijk gedacht werd aan een drugs-geïndiceerde psychose. Later bleek er echter een onderliggend psychotische kwetsbaarheid te bestaan, passend bij een schizofreniespectrumstoornis, waarvoor behandeling met medicatie nodig was. Omdat betrokkene lange tijd medicatie weigerde, heeft de behandeling langer geduurd dan verwacht. Het doel is ambulante behandeling, maar op dit moment is de samenwerking onvoldoende om dit kunnen organiseren. Een langere opname acht de rechtbank dan ook noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden.
2.5.
Betrokkene verzet zich tegen de wijziging/aanvulling van de vormen van verplichte zorg zoals verzocht door de officier van justitie. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard graag naar huis te willen.
2.6.
Gebleken is dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde wijziging verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken en het verhoor ter terechtzitting blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met de voorgestelde wijziging is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank constateert dat de officier van justitie heeft verzocht om verlenging van het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, terwijl deze vorm van verplichte zorg niet is opgenomen in de beschikking van 17 november 2020. De rechtbank gaat ervan uit dat de officier van justitie het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen heeft bedoeld. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen in die zin dat:
- de termijn voor het voor beperken van de bewegingsvrijheid
wordt verlengdvoor de resterende duur van de machtiging;
- de termijn voor het uitoefenen van toezicht
wordt verlengdvoor de resterende duur van de machtiging;
- de termijn voor het onderzoek aan kleding of lichaam
wordt verlengdvoor de resterende duur van de machtiging;
- de termijn voor het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen
wordt verlengdvoor de resterende duur van de machtiging;
- de termijn voor het opnemen in de accommodatie
wordt verlengdvoor de resterende duur van de machtiging;

3.Beslissing

De rechtbank:
wijzigt de zorgmachtiging die op 17 november 2020 is verleend ten aanzien van
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- beperken van de bewegingsvrijheid voor de resterende duur van de machtiging;
- uitoefenen van toezicht voor de resterende duur van de machtiging;
- onderzoek aan kleding of lichaam voor de resterende duur van de machtiging;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen voor de resterende duur van de machtiging;
- opnemen in de accommodatie voor de resterende duur van de machtiging;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 mei 2021;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 10 februari 2021 mondeling gegeven door mr. I.M. Nusselder, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door M. Amarki als griffier en op 19 februari 2021 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.