Conclusie
conference calltelefonisch gehoord. De officier van justitie had op voorhand aangegeven niet bij de mondelinge behandeling te zullen verschijnen. De raadsman heeft onder meer het verweer gevoerd dat, nu er geen schriftelijke beslissing is tot tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie als bedoeld in art. 8:11, wijziging van de zorgmachtiging op grond van art. 8:12 Wvggz Pro niet mogelijk is.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
tijdelijke verplichte zorgin noodsituaties. Op grond van art. 8:11 Wvggz Pro mag de zorgverantwoordelijke, indien dit noodzakelijk is ter afwending van een noodsituatie, in de daar genoemde gevallen de begrenzing van de ‘middelste cirkel’ doorbreken en tijdelijk verplichte zorg verlenen buiten de geldende zorgmachtiging om (mits deze vorm van zorg behoort tot de in art. 3:2 lid 2 Wvggz Pro genoemde vormen van verplichte zorg). Juist vanwege het uitzonderingskarakter van deze bevoegdheid tot doorbreking, is de duur van deze ‘extra’ verplichte zorg beperkt tot maximaal drie dagen. Slechts in afwachting van de beslissing van de rechter op een tijdig ingediende aanvraag tot wijziging van de lopende zorgmachtiging (waarbij voor de rechtbank een zéér korte beslistermijn geldt) mag de zorgverantwoordelijke deze tijdelijke ‘extra’ verplichte zorg ook na de derde dag blijven toepassen. Zodra de rechter het verzoek afwijst en ook indien de rechter het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging toewijst en daarmee de ‘middelste cirkel’ verruimt, geldt weer de hoofdregel dat de omschrijving in de zorgmachtiging bepalend is voor de verplichte zorg die aan deze individuele patiënt mag worden verleend.
onderdeel 1.ddat de rechtbank heeft miskend dat de voorgestelde wetswijziging niet voorziet in invoering van de mogelijkheid een bestaande zorgmachtiging te wijzigen of aan te vullen, anders dan als een noodzakelijke aanpassing van de zorgmachtiging vanwege het langer dan drie dagen voortzetten van de toepaste tijdelijke ‘extra’ verplichte zorg.
nietin de zorgmachtiging voorziene noodsituatie zich voordoet, mag de zorgverantwoordelijke tijdelijke ‘extra’ verplichte zorg verlenen op grond van art. 8:11 Wvggz Pro.
nieuwezorgmachtiging af te geven, waarin hij alle door hem noodzakelijk geachte vormen van zorg opneemt. Hij toetst weer ten volle of aan het doel (art. 3:4 Wvggz Pro) en aan de criteria (art. 3:3 Wvggz Pro) van verplichte zorg is voldaan. Uit het systeem van de wet volgt dat de lopende zorgmachtiging dan vervalt zodra de nieuwe ten uitvoer wordt gelegd (…). Kortom: de gewone procedure van de zorgmachtiging dient te worden gevolgd.” [16]
dan zal een nieuwe zorgmachtiging moeten worden aangevraagd en de daarvoor voorgeschreven procedure moeten worden doorlopen(zie artikel 8:10).” [17]
een verzoek voor een nieuwe zorgmachtiging wordt gedaan(artikel 8:10, vierde lid).” [18]
zal de zorgmachtiging moeten worden aangepast. De zorgverantwoordelijke kan op grond van het vierde lid alleen tot verlenging van de tijdelijke interventies besluiten, als ook een
verzoek voor een (nieuwe) zorgmachtigingbij de commissie is ingediend.” [19]
Indien een wijziging van een zorgmachtiging nodig is, dient de procedure van hoofdstuk 5 te worden gevolgd. Daarbij kan die procedure wel sneller worden doorlopen. Zo zal een eigen plan van aanpak in een dergelijke situatie niet aan de orde zijn. Ook zijn het zorgplan en de zorgkaart al aanwezig en kan een wijziging daarvan snel worden voorbereid.” [20]
dreigendenoodsituatie. [27] Ik wijs erop dat verwarring kan ontstaan indien de geneesheer-directeur voor de aanvraag of de officier van justitie – zoals in dit geval – voor het verzoekschrift gebruik maakt van een sjabloon of formulier dat ontworpen is voor toepassing van art. 8:12 lid Pro 4 (thans derde lid), respectievelijk lid 6 (thans vijfde lid), Wvggz, in gevallen waarin geen sprake is van het voortzetten na de derde dag van tijdelijke ‘extra’ verplichte zorg op de voet van art. 8:11 Wvggz Pro.
voorafbepaald welke verplichte zorg mag worden verleend vanaf het moment waarop de wijziging of aanvulling ingaat. Dan is er geen sprake van een uitzondering op de hoofdregel die inhoudt dat de rechter bepaalt welke verplichte zorg ten aanzien van deze individuele patiënt is toegestaan (de ‘middelste cirkel’). Voor ongenormeerde toepassing van dwang door de zorgverantwoordelijke of van het gebruik van maatregelen ‘om iemand een lesje te leren’ of om iemand ‘onder de duim te houden’, behoeft bij een beschikking als deze niet te worden gevreesd. Uit de in het middelonderdeel aangehaalde parlementaire stukken blijkt de bedoeling van de wetgever om het
zonder voorafgaande rechterlijke machtigingtoepassen van ‘extra’ verplichte zorg te beperken tot de in art. 8:11 Wvggz Pro genoemde noodsituaties en om de duur daarvan tot enkele dagen beperkt te houden. Dat rechtvaardigt niet de gevolgtrekking dat de wetgever ook de mogelijkheid van wijziging of aanvulling door de rechtbank van een bestaande zorgmachtiging heeft beperkt tot de in art. 8:11 – 8:12 Wvggz genoemde gevallen.
in dit gevalgeen sprake is van toepassing van tijdelijke verplichte zorg voor meer dan drie dagen. Vervolgens heeft de rechtbank in rov. 3.3 en 3.3.1 uiteengezet dat ook buiten de verlenging van tijdelijke verplichte zorg als bedoeld in art. 8:11 het Pro wijzigen van een bestaande zorgmachtiging mogelijk is. Op die juridische grondslag heeft de rechtbank het verzoek van de officier van justitie in behandeling genomen. Dat oordeel geeft op zich niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting: de rechtbank was op grond van art. 25 Rv Pro gehouden tot aanvulling van rechtsgronden, zo nodig ambtshalve.
in accordance with a procedure prescribed by law”, ten behoeve van “
lawful detention of [a person] of unsound mind” als bedoeld in art. 5 lid 1 onder Pro e en lid 4 EVRM en de daarover gevormde rechtspraak van het EHRM. [31]
dictum(punt ii): in de wet is noch voor een verzoek voor het mogen continueren van tijdelijke ‘extra’ verplichte zorg noch voor wijzigingsverzoeken daarbuiten geregeld hoe het
dictummoet luiden indien de rechter besluit tot wijziging of aanvulling van een zorgmachtiging. [33] In de bestreden beschikking heeft de rechtbank dit praktisch opgelost door in het
dictumuitdrukkelijk de eerder verleende zorgmachtiging te wijzigen, aan te geven welke aanvullende maatregelen daarenboven kunnen worden getroffen en door de geldigheidsduur van de (aldus gewijzigde en aangevulde) zorgmachtiging te stellen op het tijdvak tot en met 19 augustus 2020. Dat is dezelfde einddatum als de oorspronkelijke, op 19 februari 2020 verleende zorgmachtiging. Uit de formulering volgt onmiskenbaar dat het in dit geval niet gaat om een nieuwe zorgmachtiging die de lopende machtiging geheel doet vervallen zodra zij ten uitvoer wordt gelegd (vgl. art. 6:6, aanhef en onder d, Wvggz).
dictumeen opsomming op te nemen van
alletoegestane vormen van verplichte zorg (dus niet alleen de gewijzigde of aangevulde vormen van verplichte zorg, maar ook de gehandhaafde verplichte zorg uit de oorspronkelijke zorgmachtiging). Die werkwijze schept duidelijkheid voor de lezer/gebruiker: deze behoeft slechts één document te raadplegen om te zien welke verplichte zorg is toegestaan ten aanzien van deze patiënt. Die werkwijze vereist echter wel alertheid in gevallen waarin de eerste zorgmachtiging nog niet onherroepelijk is: de wijzigingsbeschikking zou onbedoeld een tweede, zelfstandige titel voor toepassing van dezelfde dwang kunnen opleveren.
in beginselop dezelfde wijze wordt voorbereid als een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging (art. 6:1 Wvggz Pro), zou ook bij een verzoek tot aanvulling van een zorgmachtiging een medische verklaring van een onafhankelijke psychiater worden vereist. [35] De termijn is erg krap, als in een noodtoestand als bedoeld in art. 8:11 Wvggz Pro nog vóór de indiening van het verzoek als bedoeld in art. 8:12 Wvggz Pro een volledig nieuw onderzoek door een onafhankelijke psychiater zou moeten worden gedaan. Hier zou onderscheid gemaakt kunnen worden tussen gevallen waarin het uitsluitend gaat om voortzetting van tijdelijke verplichte zorg langer dan drie dagen en andere wijzigingsverzoeken. Het lijkt mij geoorloofd dat de geneesheer-directeur (bij de aanvraag) en de officier van justitie (bij de indiening van zijn verzoekschrift) teruggrijpt op de medische verklaring die aan de bestaande zorgmachtiging ten grondslag heeft gelegen, aangevuld met een kort aanvullend onderzoek door een onafhankelijke psychiater naar de actuele gezondheidstoestand van de betrokken patiënt. Het verslag van dat aanvullende onderzoek kan schriftelijk dan wel mondeling ter zitting worden uitgebracht. [36] Dit geldt ook indien geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat de in de oorspronkelijke medische verklaring opgenomen diagnose van de psychische stoornis waaruit het gedrag van betrokkene voortvloeit nadien is gewijzigd.