Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 januari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres (hierna: de VvE)
[vergunninghouder], te Amsterdam (hierna: de vergunninghouder)
Rechtbank Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 22 juli 2019 een tijdelijke omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor het plaatsen van een digitale Mupi op een locatie nabij een monumentaal gebouw, tot uiterlijk 31 december 2027. De VvE, vertegenwoordigd door een gemachtigde, stelde beroep in tegen het besluit van het college om het bezwaar van de VvE ongegrond te verklaren.
De VvE stelde onder meer dat het college ten onrechte had aangenomen dat eerder een vergunning was verleend voor een analoge Mupi op de locatie, dat de zichtlijnen werden beperkt, en dat er sprake was van overlast door lichtintensiteit. De rechtbank oordeelde dat het college de vergunning terecht had verleend op grond van artikel 2.12 Wabo in samenhang met het Besluit Omgevingsrecht, en dat de toetsing aan het beleid en de ruimtelijke kwaliteit voldoende was gemotiveerd.
De rechtbank vond dat de zichtlijnen niet zodanig werden beperkt dat dit strijdig was met een goede ruimtelijke ordening en dat de lichtintensiteit binnen de geldende normen bleef. Ook het feit dat de VvE niet was geïnformeerd over de verplaatsing van de Mupi was geen weigeringsgrond. De eerdere intrekking van vergunningen voor bewegende beelden was niet relevant omdat de huidige vergunning dit niet toestaat.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 10 januari 2022.
Uitkomst: Het beroep van de VvE tegen de tijdelijke omgevingsvergunning voor de digitale Mupi wordt ongegrond verklaard.