Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van rechtsbijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet binnen de gestelde hersteltermijnen de benodigde gegevens aanleverde.
Eiser maakte bezwaar tegen deze buitenbehandelingstelling en stelde beroep in bij de rechtbank. Hij voerde aan dat door de coronamaatregelen het niet mogelijk was tijdig de gegevens aan te leveren en dat het college het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid kon besluiten de aanvraag buiten behandeling te stellen nadat eiser geen gegevens had aangeleverd binnen de hersteltermijnen, ook al was het door corona lastiger. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat het redelijkerwijs onmogelijk was om de gegevens tijdig te leveren en had zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende onderbouwd.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.