ECLI:NL:RBAMS:2022:1461
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens misbruik van recht
De curator in het faillissement van een vennootschap verzocht de rechtbank om verweerder persoonlijk failliet te verklaren op grond van een veroordelend vonnis tot betaling van een bedrag van ruim € 500.000, dat nog niet onherroepelijk is vanwege een ingesteld hoger beroep. Verweerder is bestuurder van twee andere vennootschappen die geen activiteiten ontplooien en technisch als failliet worden beschouwd, maar nog niet failliet zijn verklaard.
De curator stelde dat verweerder meerdere schuldeisers onbetaald laat en daardoor in staat van betalingsonmacht verkeert. Verweerder betwistte dit en voerde aan dat de belastingschulden recent zijn ontstaan en dat hij niet in staat van betalingsonmacht verkeert. De rechtbank constateerde dat de vordering waarop het verzoek is gebaseerd nog niet in rechte vaststaat en dat de kleine belastingschulden niet als steunvordering kunnen dienen.
De rechtbank oordeelde dat een latente vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid alleen relevant is indien de vennootschappen failliet worden verklaard, wat hier niet het geval is. Bovendien is het volharden in het faillissementsverzoek zonder voldoende grondslag en met alternatieve incassomogelijkheden misbruik van recht. De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde de curator in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van verweerder wordt afgewezen wegens misbruik van recht.