Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
€ 980,- aan salaris advocaat
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een verzoek van eiser tot verwijdering van zijn BKR-registratie bij Hoist Finance, een Zweedse vennootschap gevestigd in Amsterdam. Eiser had eerder een bezwaar ingediend dat door Hoist werd afgewezen. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen beantwoord over de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens in het BKR en de rechten van betrokkenen onder de AVG.
Eiser stelde dat de BKR-registratie hem onevenredig benadeelde bij het verkrijgen van een hypotheek voor de aankoop van een woning. Hij had echter nagelaten een nieuw verzoek tot verwijdering in te dienen na de afwijzing van zijn eerdere bezwaar, terwijl dit volgens het wettelijke stelsel vereist is. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende spoedeisend belang had aangetoond voor een kort geding, aangezien hij de wettelijke procedure niet had gevolgd en geen dringende omstandigheden had gesteld die onmiddellijke voorziening rechtvaardigden.
De rechtbank wees daarom het verzoek af en veroordeelde eiser in de proceskosten van Hoist Finance. De beslissing bevestigt het belang van het volgen van de wettelijke bezwaar- en beroepsprocedures bij geschillen over persoonsgegevens in het BKR.
Uitkomst: Het verzoek tot verwijdering van de BKR-registratie wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.