Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2022 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De gronden van het beroep
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2022.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres kreeg op 28 oktober 2018 een boete van €6.000 opgelegd wegens het zonder vergunning toeristisch verhuren van haar woning, wat zij niet betwistte. Na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 29 januari 2020 die bepaalde dat de gemeenteraad niet bevoegd was vrijstelling te verlenen van het verbod in artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014, stelde eiseres dat de meldplicht en boete onrechtmatig waren en verzocht zij om herziening van het boetebesluit.
Verweerder wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat een rechterlijke uitspraak geen nieuw feit is en dat de formele rechtskracht van het boetebesluit daardoor niet wordt aangetast. Ook het onverbindend verklaren van de meldplichtregeling leidt niet tot herziening.
Eiseres stelde verder dat het besluit onbevoegd was genomen en dat de weigering tot herroeping evident onredelijk was, maar de rechtbank vond geen sprake van evidente onredelijkheid. De mogelijkheid tot rechtsmiddelen was aan eiseres geboden, maar zij had hiervan geen gebruik gemaakt. Er was geen ongerechtvaardigd onderscheid tussen personen die wel of geen rechtsmiddelen instelden.
De rechtbank bevestigde dat verweerder bevoegd bleef om een boete op te leggen wegens onttrekking van woonruimte door vakantieverhuur zonder vergunning, ook na de uitspraak van de Afdeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van het boetebesluit wordt ongegrond verklaard.