ECLI:NL:RVS:2020:261
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- F.C.M.A. Michiels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens strijdigheid meldplicht vakantieverhuur met Huisvestingswet
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellante een bestuurlijke boete van €6.000 op wegens het verhuren van haar woning via Airbnb zonder vergunning en zonder de vereiste melding vooraf. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Raad van State oordeelt anders.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het verhuren van de woning aan toeristen tijdelijk onttrekking aan de bestemming tot bewoning inhoudt, waarvoor een vergunning vereist is volgens artikel 21 van Pro de Huisvestingswet (Hw). Appellante betoogde dat zij de woning duurzaam bewoont en dat de korte verhuurperiode geen onttrekking vormt, maar dit verweer faalt.
Echter, de meldplicht zoals opgenomen in artikel 3.1.2, vijfde lid, van de Huisvestingsverordening Amsterdam (Hv) is in strijd met artikel 21 van Pro de Hw omdat de Hw geen bevoegdheid geeft tot het verlenen van vrijstellingen van het vergunningenverbod. Hierdoor is de meldplicht en de daarop gebaseerde boetebepaling in de Hv onverbindend. Omdat de opgelegde boete gebaseerd is op deze onverbindende meldplicht, ontbreekt een deugdelijke grondslag voor de boete.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en het boetebesluit, en herroept het boetebesluit. Appellante wordt geen boete opgelegd, ondanks de overtreding van artikel 21 Hw Pro. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd omdat de meldplicht strijdig is met de Huisvestingswet, waardoor geen boete kan worden opgelegd.