ECLI:NL:RBAMS:2022:1778

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 maart 2022
Publicatiedatum
5 april 2022
Zaaknummer
AMS 22/636
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuningBasisregistratie PersonenInternationaal Verdrag voor de Rechten van het KindArrest Chavez-Vilchez EUECLI:EU:C:2017:354
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging buitenwettelijke noodopvang gezin in Amsterdam

Verzoekster, een vrouw met de Ghanese nationaliteit en moeder van twee Nederlandse kinderen, verbleef in buitenwettelijke noodopvang in Amsterdam. De gemeente besloot deze opvang te beëindigen op grond van de regiobindingseis, omdat verzoekster niet vier jaar in Amsterdam heeft gewoond. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om haar verblijf in de noodopvang te verlengen totdat op haar bezwaar was beslist.

De voorzieningenrechter overwoog dat noodopvang een algemene voorziening is waarvoor toegangseisen mogen gelden, waaronder regiobinding om schaarse opvang te reserveren voor mensen met een binding aan Amsterdam. Verzoekster voldeed niet aan deze eis, maar kreeg desondanks tijdelijk opvang vanwege haar bijzondere situatie.

Verzoekster stelde dat het beëindigen van de opvang haar kinderen, als EU-burgers, in hun fundamentele verblijfsrechten zou schaden. De rechter vond dit betoog onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat verzoekster en haar kinderen niet anders worden behandeld dan Nederlandse gezinnen. Ook is zij financieel ondersteund en beschikt over een geldige verblijfstitel.

De voorzieningenrechter concludeerde dat de gemeente zorgvuldig heeft gehandeld en voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de kinderen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van de noodopvang wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/636

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] verzoekster

(gemachtigde: mr. E.C. Weijsenfeld),
en

het college van burgmeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Keurentjes).

Procesverloop

Verweerder heeft verzoekster op 12 januari 2022 laten weten dat zij de noodopvang met ingang van 20 februari 2022 moet verlaten.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat zij in de noodopvang mag blijven totdat op het bezwaar van verzoekster is beslist.
Verweerder heeft toegezegd dat verzoekster in de noodopvang mag blijven tot tien dagen na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 1 maart 2022. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk in de taal Twi, is
K. Mensah verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Wat ging vooraf
1. Verzoekster heeft de Ghanese nationaliteit. Zij is in december 2018 naar Nederland gekomen en is bij een vriendin in Amsterdam gaan wonen. Vervolgens kreeg verzoekster een relatie met [naam 6] - [naam 3] ( [naam 3] ) en is zij bij hem ingetrokken. Toen zij zwanger werd van hun eerste kind heeft zij de woning verlaten. Sindsdien heeft verzoekster (binnen haar eigen netwerk) op verschillende plekken in Amsterdam verbleven.
2. Verzoekster heeft inmiddels twee kinderen met de Nederlandse nationaliteit. [naam 4] [naam 3] geboren op [geboortedatum 1] en [naam 5] [naam 3] op [geboortedatum 2] . [naam 3] is de vader van beide kinderen. Verzoekster heeft op grond van het Chavez arrest [1] in december 2020 rechtmatig verblijf gekregen. Verzoekster staat sinds 12 mei 2021 ingeschreven in de BRP [2] met een briefadres van de gemeente Amsterdam.
3. Verzoekster heeft zich op 7 december 2021 met haar dochtertje, gemeld bij de het centraal meldpunt dakloze gezinnen (CMDG) en gevraagd om opvang. Verzoekster was toen hoogzwanger van haar tweede kind. Het CMDG heeft onderzoek gedaan naar de zelfredzaamheid van verzoekster. Hieruit volgde dat verzoekster niet voor een maatwerkvoorziening opvang op grond van de Wmo [3] in aanmerking kwam omdat zij voldoende zelfredzaam is om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Met het besluit van 11 januari 2022 is dit aan verzoekster meegedeeld.
4. Verzoekster komt volgens verweerder ook niet in aanmerking voor noodopvang. De gemeente Amsterdam heeft de noodopvang ingericht als algemene voorziening. Voor gezinnen geldt volgens de meest recente Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning de voorwaarde dat het gezin vier jaar in Amsterdam moet hebben gewoond, de zogenaamde regiobinding. De noodopvang is bedoeld voor mensen die zijn gebonden aan Amsterdam en een tijdelijk woonprobleem hebben maar niet voor mensen die zich willen vestigen in Amsterdam. Verzoekster voldoet niet aan de voorwaarden om voor noodopvang in aanmerking te komen.
5. Desalniettemin heeft verweerder verzoekster vanwege de uitzonderlijke situatie opvang geboden in de noodopvang voor een periode tot acht weken na de bevalling. Op 12 januari 2022 heeft verweerder verzoekster laten weten dat zij met ingang van 20 februari 2022 (acht weken na de bevalling) de noodopvang moet verlaten.
6. Verzoekster verzet zich tegen de beëindiging van de noodopvang omdat zij geen woning heeft. Zij komt met haar twee kinderen op straat te staan. Volgens verzoekster is het onthouden van noodopvang in strijd met het fundamentele recht van haar kinderen om als Unieburger in de Europese Unie (de EU) te kunnen verblijven [4] . Haar kinderen moeten hun rechten kunnen effectueren. Ook zijn de belangen van de kinderen ten onrechte niet meegewogen, want deze moeten altijd worden beschermd en gewaarborgd [5] .
Het oordeel van de voorzieningenrechter
7. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Heeft verweerder de noodopvang terecht beëindigd?
8. Noodopvang is een algemene voorziening op grond van de Wmo, waarmee een beroep wordt gedaan op de publieke middelen. Ook bij algemene voorzieningen mogen gemeenten bepaalde toegangseisen stellen. De achtergrond van de regiobindingseis is dat de noodopvang beschikbaar blijft voor mensen die een binding hebben met Amsterdam.
Zo wordt voorkomen dat gezinnen de noodopvang gebruiken als een manier om zich te vestigen in Amsterdam. Zoals de voorzieningenrechter van deze rechtbank in eerdere uitspraken [6] heeft overwogen, staat Amsterdam al lange tijd het water aan de lippen wat betreft de druk op de (nood)opvang. Verweerder mag daarom prioriteiten stellen bij de verdeling van schaarse opvangplekken en de eis van regiobinding stellen. Verzoekster voldoet niet aan deze eis. Desondanks heeft verweerder verzoekster onverplicht tijdelijk noodopvang verleend. Het is vervolgens niet reëel van verzoekster om van verweerder te verlangen dat zij in de noodopvang mag blijven totdat zij een woning heeft gevonden. De noodopvang is immers geen structurele voorziening. Verzoekster heeft vanaf haar aankomst in Nederland in december 2018 tot 7 december 2021 in haar eigen huisvesting kunnen voorzien, ook via haar eigen netwerk. Op de zitting heeft verzoekster verklaard dat zij hoog op de lijst staat van kamers en woningen in krimpgemeentes in Nederland. Niet valt in te zien waarom verzoekster niet binnen haar eigen netwerk kan worden opgevangen tot zij de beschikking krijgt over een eigen kamer of woning.
EU recht
9. Het betoog van verzoekster dat haar kinderen als EU-burger hun rechten niet kunnen effectueren, slaagt niet. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat verzoekster en haar kinderen anders worden behandeld dan Nederlandse gezinnen. Ook Nederlandse gezinnen moeten aan de gestelde voorwaarden zoals regiobinding voldoen. Daarnaast heeft verzoekster recht op sociale voorzieningen, zoals een bijstandsuitkering en kinderbijslag en wordt zij daarnaast financieel ondersteund door de vader van de kinderen. Zij beschikt in beginsel dus over middelen om én in haar levensonderhoud én huisvesting te voorzien. Verzoekster stelt weliswaar dat zij gedwongen wordt om de EU te verlaten als de noodopvang wordt beëindigd, maar een concrete op haar geval toegespitste toelichting daarop ontbreekt. Gelet op het feit dat verzoekster over een geldige verblijfstitel en middelen beschikt gaat de voorzieningenrechter aan deze stelling voorbij.
Belangen van de kinderen
10. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de kinderen. In het kader van de aanvraag om maatschappelijke opvang is onderzocht of verzoekster zelfredzaam is en of zij voor, destijds haar oudste, kind kon zorgen. Gesteld noch gebleken is dat verzoekster niet in staat is om voor haar beide kinderen te zorgen. Van verzoekster mag worden verwacht dat zij zelf zorgt voor huisvesting in krimpregio’s in Nederland, in Ghana of tijdelijk binnen haar eigen netwerk. Om de veiligheid van de kinderen te waarborgen heeft verweerder verklaard dat Veilig Thuis zal worden ingeschakeld als verzoekster met de kinderen op straat gaat slapen, zoals zij eerder heeft aangekondigd.
Conclusie
11. Gelet op het voorgaande zal de beslissing van verweerder om de noodopvang te beëindigen in bezwaar waarschijnlijk standhouden. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
12. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het door haar betaalde griffierecht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2022.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie 10 mei 2017 met ECLI:EU:C:2017:354.
2.Basisregistratie Personen.
3.Wet maatschappelijke ondersteuning.
4.Het fundamentele recht om als (minderjarig) Unieburger-kind in de EU te kunnen verblijven volgt uit het arrest Chavez-Vilchez.
5.Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind (het IVRK).
6.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 5 juli 2021 met ECLI:NL:RBAMS:2021:4477 en