ECLI:NL:RBAMS:2022:1818
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding kosten rechtsbijstand na beleidssepot afgewezen behalve kosten verzoekschrift
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering om vergoeding van kosten van haar raadsvrouw en reiskosten, alsmede kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift, nadat de strafzaak tegen haar onvoorwaardelijk is geseponeerd.
De officier van justitie verzette zich tegen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, omdat het sepot met een beleidssepot is gedaan en er vermoedens van schuld zijn. De rechtbank overweegt dat een onvoorwaardelijk sepot een einde van de zaak betekent, maar dat bij vermoedens van schuld geen gronden van billijkheid zijn om rechtsbijstandskosten te vergoeden.
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de kosten van de raadsvrouw af, maar kent wel een vergoeding toe voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Vergoeding van € 680,00 voor kosten verzoekschrift toegekend, overige kosten rechtsbijstand afgewezen.