ECLI:NL:GHAMS:2021:3393
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding schade voorlopige hechtenis ondanks niet-ontvankelijkheid OM
Verzoekster was verdachte in een strafzaak wegens het vervaardigen en in bezit hebben van sigaretten buiten een accijnsgoederenplaats. Zij heeft voorlopige hechtenis ondergaan van 7 tot 24 februari 2014. De strafzaak eindigde zonder strafoplegging wegens niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, veroorzaakt door ernstige termijnoverschrijding en het niet doorzetten van het hoger beroep.
Verzoekster vorderde vergoeding van schade door de voorlopige hechtenis en kosten rechtsbijstand. Het hof overwoog dat voorlopige hechtenis rechtmatig is indien ernstige bezwaren bestaan, en dat het enkel feit dat de zaak niet tot een veroordeling leidde geen automatisch recht op vergoeding geeft. Verzoekster was betrokken bij strafbare feiten en droeg zelf bij aan het voortduren van de verdenking.
Daarom wees het hof de schadevergoeding af. Wel achtte het hof billijkheid aanwezig voor vergoeding van een deel van de kosten rechtsbijstand in deze verzoekschriftprocedure en kende een forfaitaire vergoeding van €340 toe. De beschikking werd uitgesproken op 9 november 2021 door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding schade door voorlopige hechtenis wordt afgewezen, beperkte vergoeding voor kosten rechtsbijstand toegekend.