Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[veroordeelde] ,
- meewerkt en zich inzet voor intramurale behandeling en een verblijf bij De Catamaran of een soortgelijke instelling, dan wel (ter overbruggingsperiode voor zo lang er nog geen plaatsing bij de Catamaran of soortgelijke instelling kan plaatsvinden) voor een verblijf en een behandeling bij de Koppeling, dit alles zo lang als de GGZE en de William Schrikker Stichting voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de WSS) dat nodig achten en zich zal houden aan alle afspraken en regels die daar gelden;
- zich houdt aan een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] , geboren op
- gedurende een periode van zes maanden niet op verlof gaat;
- meewerkt aan het elektronisch toezicht voor de duur die de WSS nodig acht;
- zich houdt aan een locatieverbod voor heel Amsterdam, met uitzondering van het verblijf bij de Koppeling, voor de duur van de twaalf maanden, tenzij de WSS verdachte schriftelijke toestemming geeft om zich in Amsterdam te bevinden;
- meewerkt aan een eventuele nabehandeling van een forensisch jeugdteam zoals De Waag of soortgelijke instelling;
- meewerkt aan andere vormen van hulpverlening die de WSS nodig acht;
- inzicht geeft in zijn sociale mediagebruik en zijn vriendengroep;
- zich houdt aan de aanwijzingen van de WSS.
De inhoud van de vordering
De procesgang
- voormeld vonnis;
- een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering door de officier van justitie aanstonds na de uitspraak op de terechtzitting aan veroordeelde per post is toegezonden;
- een Uittreksel Justitiële Documentatie van 24 januari 2022;
- een brief van de WSS aan de officier van justitie, waarin het reclasseringstoezicht wordt teruggemeld omdat veroordeelde zich niet aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden;
- een brief van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van
- de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging (vTul) van 24 januari 2022;
- het proces-verbaal van de behandeling van de vordering vTul door de kinderrechter/rechter-commissaris van 24 januari 2022;
- het bevel vTul van 24 januari 2022.