Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De beschuldiging
3.Vrijspraak
4.De vordering van de benadeelde partij
5.De beslissing
[slachtoffer 1] , niet-ontvankelijkin haar vordering.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van twee aanrandingen in november en december 2020 in Amsterdam. De officier van justitie stelde dat beide feiten bewezen konden worden op basis van aangiften, herkenningen en ondersteunende getuigenverklaringen.
De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om verdachte als dader aan te merken. Hoewel de verklaringen van de slachtoffers geloofwaardig werden geacht, ontbrak een directe en overtuigende link tussen verdachte en de gepleegde feiten. Zo ontbraken proces-verbalen van controles en meldingen die cruciaal waren voor het bewijs.
De rechtbank wees ook op het ontbreken van een confrontatie tussen verdachte en de slachtoffers, terwijl die mogelijk was geweest. Gezien deze tekortkomingen sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van twee aanrandingen wegens onvoldoende bewijs dat hij de dader was.