Eiseres werkte als productiemedewerker en meldde zich begin 2020 ziek. Zij ontving eerst een Ziektewetuitkering en later een WAZO-uitkering, die liep tot 11 november 2020. Op 9 december 2020 meldde zij zich ziek per 11 november 2020. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek dat zij per 11 november 2020 arbeidsgeschikt was en kende daarom geen Ziektewetuitkering toe.
Eiseres betoogde dat zij ten onrechte slechts 91% van haar dagloon ontving in plaats van 100% gedurende haar Ziektewet- en WAZO-uitkering in 2020. De rechtbank stelde vast dat de hoogte van de uitbetaalde bedragen niet binnen de reikwijdte van deze procedure valt, die uitsluitend ziet op de vraag of eiseres per 11 november 2020 arbeidsgeschikt was.
Omdat eiseres geen andere gronden aanvoerde en de hoogte van de uitkeringen buiten het geding valt, werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffiekosten.