De heffingsambtenaar van de gemeente Uithoorn legde op 26 februari 2021 een aanslag rioolheffing op aan eiser voor drie percelen, waaronder een perceel dat niet is aangesloten op het riool. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag voor dit perceel, stellende dat de heffing onredelijk en willekeurig is, mede omdat vergelijkbare objecten zoals bushaltes en nutsvoorzieningen niet worden aangeslagen.
De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en dit besluit werd aangevochten bij de rechtbank Amsterdam. Tijdens de zitting was eiser niet aanwezig, maar de gemachtigde van de heffingsambtenaar gaf aan dat de aanslagen worden opgelegd conform de Verordening rioolheffing 2021 van de gemeente Uithoorn, waarin geen vrijstellingen zijn opgenomen.
De rechtbank oordeelde dat het opleggen van een rioolheffing aan een niet-aangesloten perceel op zichzelf niet onredelijk of willekeurig is. Eventuele verschrijvingen in de bestreden uitspraak deden aan de inhoudelijke juistheid niets af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.