De Rechtbank Amsterdam heeft op 13 april 2022 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Chambres of the Public Prosecutor of Valence. De opgeëiste persoon, geboren in 1987 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, is gedetineerd in een Nederlandse penitentiaire inrichting.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de voorwaarden van de Overleveringswet (OLW), waaronder de verzetgarantie zoals bedoeld in artikel 12, sub d, OLW. Dit houdt in dat de opgeëiste persoon na overlevering persoonlijk geïnformeerd zal worden over zijn recht op een nieuwe procedure en de mogelijkheid tot hoger beroep. De rechtbank concludeerde dat de overlevering niet geweigerd kan worden op grond van het ontbreken van persoonlijke verschijning bij het oorspronkelijke proces.
De strafbare feiten betreffen illegale handel in wapens, munitie, explosieven, en verdovende middelen, alsook accijnsfraude, welke onder de bijlage 1 van de OLW vallen. De rechtbank heeft de dubbele strafbaarheid van de feiten bevestigd. Gezien het voldoen aan alle wettelijke vereisten en het ontbreken van weigeringsgronden, heeft de rechtbank de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.