De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 februari 2022 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen. Het EAB betreft verdenkingen van georganiseerde diefstal van twaalf voertuigen, gepleegd op verschillende data en plaatsen, waarbij de verdachte deel uitmaakte van een Nederlandse dadergroep.
De verdediging voerde aan dat het EAB niet genoegzaam was vanwege summiere feitomschrijving en onjuiste personalia, en bracht een onschuldverweer in met bewijs van een vakantieperiode. De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat de onschuld niet voldoende is aangetoond om overlevering te weigeren. De persoonlijke gegevens in het EAB wijken licht af maar dat leidt niet tot twijfel over de identiteit.
Daarnaast werd de detentiegarantie beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat de algemene garantie van de Belgische autoriteiten, waarin wordt verzekerd dat de verdachte niet in problematische detentieafdelingen wordt geplaatst en minimaal 3 m2 celruimte krijgt, voldoende is om het reële gevaar op onmenselijke behandeling weg te nemen.
Gelet op het ontbreken van weigeringsgronden en de naleving van het specialiteitsbeginsel, staat de rechtbank de overlevering toe. De inbeslaggenomen telefoon is al geretourneerd, zodat daarover geen beslissing wordt genomen. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.