AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor overtreding Wegenverkeerswet
De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 maart 2022 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Polen, ingediend door de officier van justitie. Het verzoek betrof een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court of Zamość voor een vrijheidsstraf van acht maanden wegens een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994.
De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld en bevestigd tijdens de zitting, waarbij hij via videoverbinding aanwezig was en bijgestaan werd door een advocaat en een Poolse tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn met dertig dagen om het verzoek zorgvuldig te kunnen beoordelen.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen van de Overleveringswet, dat het feit waarvoor overlevering werd gevraagd ook strafbaar is volgens Nederlands recht (overtreding van artikel 8 WegenverkeerswetPro 1994) en dat er geen weigeringsgronden waren. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor de uitvoering van een vrijheidsstraf van acht maanden wegens overtreding van de Wegenverkeerswet.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751091-22
RK nummer: 22/424
Datum uitspraak: 12 april 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 21 januari 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 december 2021 door de District Court of Zamość, second penal division(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 maart 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon – aanwezig via een videoverbinding - is bijgestaan door mr. S.K. den Hartogh, advocaat te ’s-Gravenhage, die waarnam voor mr. O.P. Kuit, advocaat te ’s-Gravenhage, en door een tolk in de Poolse taal.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van de Regional Court of Zamośćvan
13 maart 2019 (II K 8/19).
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 8 maanden, door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
4.Strafbaarheid
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
overtreding van artikel 8 WegenverkeerswetPro 1994.
5.Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
6.Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.
7.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon]aan de District Court of Zamość, second penal division(Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.T.C. de Vries, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 12 april 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.