ECLI:NL:RBAMS:2022:3066

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 mei 2022
Publicatiedatum
2 juni 2022
Zaaknummer
AMS 21/5164 en AMS 22/326
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbBeleidsregel TONK Amsterdam
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing TONK-aanvraag wegens te lage woonlasten bevestigd door rechtbank Amsterdam

Eiser diende op 1 augustus 2021 een aanvraag in voor de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Tijdens het online aanvraagproces kreeg hij een mededeling dat hij niet in aanmerking kwam vanwege te lage woonlasten, weergegeven in een schermafdruk. Eiser maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het geen besluit zou betreffen.

De rechtbank oordeelde dat de schermafdruk van de mededeling wel degelijk een besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het rechtsgevolg heeft en de reden van afwijzing vermeldt. Het bezwaar tegen dit besluit werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Vervolgens diende eiser een schriftelijke aanvraag in die op 22 oktober 2021 werd afgewezen omdat zijn woonlasten lager waren dan €330 in januari 2021, conform de beleidsregels TONK.

Eiser voerde aan dat ook hypotheekaflossingen als woonkosten meegewogen moesten worden, maar de rechtbank stelde vast dat ook met aflossingen de woonlasten niet boven de grens uitkwamen. Bovendien gaf eiser aan dat hij vanwege een geschil geen betalingen aan de bank had gedaan. Daarom werd het bezwaar tegen de schriftelijke afwijzing ongegrond verklaard.

De rechtbank bepaalde dat het college het door eiser betaalde griffierecht moest vergoeden vanwege de gegrondverklaring van het eerste bezwaar. De uitspraak bevestigt dat de beleidsregels en de toepassing daarvan door het college correct zijn, en dat de online mededeling als besluit kwalificeert.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit over de online mededeling en vergoedt het griffierecht, maar verklaart het beroep tegen de afwijzing van de schriftelijke TONK-aanvraag ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 21/5164 en 22/326

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 mei 2022 in de zaken tussen

[eiser] , te Amsterdam, eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,verweerder
(gemachtigde: H. van Golberdinge).
Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en het college.

Procesverloop

AMS 21/5164
Bij besluit van 4 oktober 2021 (het bestreden besluit 1) heeft het college het bezwaar van
[eiser] tegen een schermafdruk niet-ontvankelijk verklaard.
AMS 22/326
Bij besluit van 22 oktober 2021 (het primaire besluit) heeft het college de schriftelijke aanvraag voor de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (hierna: TONK) over de periode 1 januari 2021 tot en met 30 september 2020 afgewezen.
Bij besluit van 8 december 2021 (het bestreden besluit 2) heeft het college het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.
In beide zaken
[eiser] heeft tegen beide bestreden besluiten beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2022. [eiser] is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Wat aan deze procedure voorafging
1. [eiser] heeft op 1 augustus 2021 online een aanvraag ingediend op grond van de Tonk. Aan de hand van de door [eiser] verstrekte en online ingevoerde informatie, werd [eiser] online meegedeeld dat hij geen recht heeft op Tonk, omdat zijn woonlasten te laag zijn en dat hij het online aanvraagformulier niet verder in kon vullen. Vervolgens heeft [eiser] op 9 augustus 2021 tegen de schermafdruk van de online-aanvraag bezwaar gemaakt.
2. Bij het bestreden besluit 1 heeft het college het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard, omdat het bezwaar niet tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is gericht.
3. Op 13 oktober 2021 is [eiser] in de gelegenheid gesteld om middels een formulier een schriftelijke aanvraag TONK te doen. Die aanvraag is afgewezen bij het primaire besluit van 22 oktober 2021. [eiser] voldoet niet aan de voorwaarden voor toekenning. Het bezwaar van [eiser] is vervolgens ongegrond verklaard.
In zaak AMS 21/5164
4.1
De schermafdruk, overgelegd bij het beroepschrift, vermeldt:
U hebt helaas geen recht op de TONK omdat uw woonlasten te laag zijn. U kunt het formulier niet verder invullen.
4.2
In het bestreden besluit 1 wordt overwogen dat wanneer bij het online aanvragen uit het invullen van de vragen blijkt dat men niet aan de eisen voldoet, het systeem ervoor zorgt dat verder niet kan ingevuld. De aanvrager ontvangt dan geen besluit, aldus het college. Echter, dit maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de schermafdruk niet kan kwalificeren als besluit. Ook e-mails kunnen worden aangemerkt als besluiten in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, indien zij aan de overige voorwaarden voldoen. In dit geval is de mededeling van de schermafdruk op rechtsgevolg gericht want aan [eiser] wordt een aanvraag om een vergoeding geweigerd. Ten slotte wordt ook vermeld waarom hij geen vergoeding krijgt, namelijk omdat zijn woonlasten te laag zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat de schermafdruk van de mededeling aan [eiser] dat hij niet in aanmerking komt voor een vergoeding op grond van de TONK wel een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb.
4.3.
Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit 1 zal worden vernietigd. De rechtbank zal niet bepalen dat het college een nieuw besluit neemt op het bezwaar van [eiser] , omdat dit al gebeurd is naar aanleiding van zijn schriftelijke aanvraag die hierna wordt besproken. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, dient het college het door [eiser] betaalde griffierecht aan hem te vergoeden.
In zaak AMS 22/326
5.1
De aanvraag van [eiser] is afgewezen, omdat zijn woonlasten in januari 2021 lager waren dan € 330,-.
5.2
In artikel 3 over Pro de noodzakelijke woonkosten van de in Amsterdam geldende beleidsregels TONK [1] staat het volgende vermeld:
Lid 1: De tegemoetkoming TONK kan betrekking hebben op de volgende voor de aanvrager bestaande woonkosten:
a. in het geval van een huurwoning: de kale huur;
b. in het geval van een eigen woning: de verschuldigde hypotheekrente, de erfpachtcanon, indien deze niet is afgekocht, en een bedrag van € 100 voor andere kosten.
Lid 2: Voor het bepalen van de voor de aanvrager bestaande woonkosten wordt als peilmaand januari 2021 gehanteerd.
In artikel 5, zesde lid, wordt bepaald dat van een inkomen tot aan het sociaal minimum de aanvrager geacht wordt € 430 per maand te kunnen betalen aan noodzakelijke woonkosten als bedoeld in artikel 3.
5.3
[eiser] voert, kort samengevat, aan dat het college zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de aflossingen op zijn hypotheeklening niet als woonkosten bij de TONK-aanvraag in aanmerking kunnen worden genomen. Volgens [eiser] , hij verwijst daarvoor naar informatie van het Nibud, komen niet alleen de hypotheekrente en de erfpachtcanon voor vergoeding in aanmerking maar ook de aflossingen op de lening.
5.4
De rechtbank overweegt hierover dat uit de door [eiser] overgelegde gegevens van zijn hypotheekverstrekker (betaalde rente in 2020 € 1.858 en aflossing per maand € 47) en de gegevens met betrekking tot de erfpachtcanon (per jaar € 1.188) blijkt dat de woonkosten niet meer zijn dan € 330 per maand, ook als de aflossingen worden meegeteld. Daar komt nog bij dat [eiser] ter zitting heeft vermeld dat de gegevens van de hypotheekverstrekker ten aanzien van betalingen door hem niet kloppen, omdat hij al jaren niets heeft betaald aan de bank vanwege een geschil. Wat daar ook van zij, uit het voorgaande volgt dat het college de door [eiser] aangevraagde woonkostenvergoeding terecht heeft geweigerd.
5.5
Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank:
In zaak 21/5164
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 1;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 49,- aan [eiser] vergoed.
In zaak 22/326
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, rechter, in aanwezigheid van
J.J.M. Tol, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2022.
de griffier
de rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Is uw zaak spoedeisend en moet er al tijdens de procedure in hoger beroep iets worden beslist wat niet kan wachten, dan kunt u de hogerberoepsrechter vragen om een voorlopige maatregel te treffen.

Voetnoten

1.Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent het vergoeden van hoge woonlasten voor huishoudens met een inkomensterugval in verband met de coronacrisis (Tijdelijke beleidsregels TONK Amsterdam)