Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. M.E. Woudman, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.M.F.R. Ketwaru, naar voren hebben gebracht.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van seksueel corrumperen van meisjes onder de zestien jaar in de periode van januari tot november 2021. De tenlastelegging betrof onder meer het bewegen van meisjes getuige te zijn van seksuele handelingen en het doen van seksueel getinte opmerkingen en gebaren.
Tijdens de terechtzitting op 11 maart 2022 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en de verdediging van verdachte. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte de meisjes daadwerkelijk heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, zoals vereist onder artikel 248d Sr.
De rechtbank stelde dat louter woordelijke uitlatingen van seksuele aard niet voldoende zijn en dat het dossier geen aanwijzingen bevatte dat verdachte een actieve handeling heeft verricht om de meisjes getuige te laten zijn. Ook was niet vastgesteld dat de meisjes daadwerkelijk jonger dan zestien jaar waren. Hoewel sommige gedragingen schennis van de eerbaarheid kunnen opleveren, zou een veroordeling daarvoor de grondslag van de tenlastelegging verlaten.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 25 maart 2022.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij meisjes heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen.