ECLI:NL:RBAMS:2022:3177

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juni 2022
Publicatiedatum
9 juni 2022
Zaaknummer
22/124
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Verordening Parkeerbelasting 2021
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens laden en lossen

Op 17 december 2021 constateerde een parkeercontroleur dat de auto van eiser zonder betaling van parkeergeld geparkeerd stond. Verweerder legde daarop een naheffingsaanslag parkeerbelasting op, welke bij bezwaar werd gehandhaafd. Eiser stelde beroep in en voerde aan dat hij op dat moment bezig was met het laden en lossen van een doos met zes flessen wijn bij een kennis.

De rechtbank onderzocht of het stilzetten van het voertuig viel onder het begrip parkeren zoals bedoeld in de Verordening Parkeerbelasting 2021 van de gemeente Amsterdam. Volgens vaste jurisprudentie valt laden en lossen niet onder parkeren wanneer dit onmiddellijk en onafgebroken plaatsvindt.

Hoewel de foto’s van de scanauto geen direct bewijs van laden en lossen toonden, achtte de rechtbank het aannemelijk dat eiser daadwerkelijk bezig was met laden en lossen. Eiser had een consistent en onderbouwd verhaal, ondersteund door een verklaring van de bewoonster en een wedstrijdschema van een tenniswedstrijd die hij direct na het laden bezocht.

De rechtbank concludeerde dat het stilzetten van het voertuig niet als parkeren kon worden aangemerkt en vernietigde daarom de naheffingsaanslag. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd omdat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van laden en lossen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/124

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te Berkel en Rodenrijs, eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: [Gem. verweerder] ).

Procesverloop

Op 23 december 2021 heeft verweerder aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Bij uitspraak op bezwaar van 10 januari 2022 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2022.
Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [persoon] .

Overwegingen

1. Op 17 december 2021 om 9:26 uur heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat de auto van eiser met [kenteken] ter hoogte van [adres1] stond, terwijl geen parkeergeld was betaald. De heffingsambtenaar heeft daarom aan eiser een naheffingsaanslag opgelegd.
2. Eiser is het niet eens met de naheffingsaanslag. Eiser voert – samengevat – aan dat hij bezig was met het laden en lossen van een doos met zes flessen wijn bij een kennis aan [adres2] . Daarbij heeft eiser een verklaring van de bewoonster van [adres 3] overgelegd, waarin is verklaard dat eiser de flessen wijn voor de op leeftijd zijnde bewoonster naar boven heeft gebracht en daarna meteen is weggegaan.
3. In deze zaak draait het om de vraag of de auto van eiser om 9:26 uur ter hoogte van [adres1] geparkeerd stond in de zin van artikel 2 onder Pro a van de Verordening Parkeerbelasting 2021 van de gemeente Amsterdam (de Verordening).
4. In de Verordening is bepaald dat onder parkeren wordt verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen, dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift verboden is. Volgens vaste rechtspraak wordt onder ‘het onmiddellijk laden en lossen’ verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
5. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat sprake was van laden en/of lossen. De rechtbank stelt voorop dat op de foto’s van verweerder van de scanauto niet is te zien dat er sprake was van het onmiddellijk laden en lossen. Zo zijn de autodeuren dicht, is de achterklep van het voertuig gesloten en zijn er geen personen op de foto te zien. Maar deze foto’s zijn slechts een momentopname. Het is dan ook niet uitgesloten dat eiser aan het laden en lossen was ook al is dit niet op de foto’s te zien.
6. Eiser heeft op zitting verklaard dat hij vier minuten buiten heeft gewacht voordat de bewoonster van [adres2] de deur heeft open gedaan. De bewoonster is namelijk slecht ter been en moest de trap af. Vervolgens heeft eiser de doos met zes wijnflessen voor haar naar boven gebracht. Daarbij heeft eiser aangegeven dat hij achter de bewoonster de trap op is gelopen en de doos met zes wijnflessen in de keuken heeft gezet. De bewoonster heeft eiser nog wat te drinken aangeboden, maar eiser is direct vertrokken vanwege een tenniswedstrijd.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser een consistent beeld geschetst van de situatie. Het gaat om een doos met zes wijnflessen, een voorwerp dat voor eiser vanuit zijn woonplaats niet op een andere wijze kan worden vervoerd dan met een auto. Verder is eiser voortdurend bezig geweest met handelingen erop gericht om de doos met zes wijnflessen af te leveren. Eiser heeft dit onafgebroken gedaan en is vervolgens meteen vertrokken. Dat eiser enige vertraging heeft opgelopen doordat de bewoonster van [adres2] slecht ter been is, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat het laden en lossen niet onmiddellijk is gebeurd. De rechtbank neemt ook in overweging dat eiser zijn consistente verhaal heeft onderbouwd met een schriftelijke verklaring van de bewoonster van [adres2] . Daarnaast heeft eiser een wedstrijdschema overgelegd van de tenniswedstrijd die hij heeft bezocht vlak na het afleveren van de doos met zes wijnflessen. Desgevraagd op zitting heeft eiser aangegeven dat de tenniswedstrijd is begonnen om 10:00 uur en dat hij vlak hiervoor aanwezig was.
8. Gelet op wat hiervoor is overwogen vindt de rechtbank dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van laden en lossen. Dat betekent dat geen sprake is van parkeren in de zin van de Verordening en de naheffingsaanslag wordt vernietigd.
Conclusie
9. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en vernietigt de naheffingsaanslag. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de bestreden uitspraak;
  • vernietigt de naheffingsaanslag;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Lauwaars, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2022.
griffie
r rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.