Op 10 februari 2022 werd verdachte aangehouden in Amsterdam met een verborgen geldbedrag van in totaal 85.600 euro, aangetroffen in een woning en een auto. Verdachte verklaarde dat het geld bestemd was voor de autohandel die hij samen met zijn broer runt. Ter zitting werd een notariële akte overlegd waaruit bleek dat de vader van verdachte een lening van 85.000 euro had afgesloten in het buitenland, maar deze verklaring werd niet als verifieerbaar aanvaard omdat deze pas na de inbeslagname werd overgelegd en niet eerder tijdens verhoren werd genoemd.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wist dat het geld afkomstig was uit een misdrijf en dat hij zich schuldig maakte aan medeplegen van witwassen. De auto en woning werden met toestemming van verdachte gecontroleerd. Het geld werd aangetroffen op ongewone plekken en bestond uit coupures van 200 en 500 euro, wat witwasindicatoren zijn.
De officier van justitie eiste zeven maanden gevangenisstraf, de verdediging pleitte voor een strafvermindering vanwege medeplegen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit en de persoon van verdachte. Tevens werd het geldbedrag verbeurd verklaard.