Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Wettelijk kader
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2022.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving een bijstandsuitkering die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd opgeschort en vervolgens ingetrokken vanwege het niet meewerken en het niet verstrekken van gevraagde bankafschriften. Eiser verscheen niet op een gesprek en kwam later wel, maar zonder de gevraagde documenten en vertoonde agressief gedrag, wat leidde tot zijn verwijdering uit het gebouw.
Het college baseerde de intrekking op artikel 54 van Pro de Participatiewet, dat opschorting en intrekking mogelijk maakt bij onvoldoende medewerking. Eiser stelde dat het college onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door geen bedenktijd te geven na zijn agressieve uitlatingen, die hij toeschreef aan zijn psychosociale problematiek. De rechtbank oordeelde dat deze problematiek niet zodanig ernstig was dat eiser de gevolgen van zijn gedrag niet kon overzien en dat het college geen aanvullende maatregelen hoefde te treffen.
Verder stelde eiser dat het college een schriftelijke hersteltermijn had moeten bieden voordat de uitkering werd ingetrokken. De rechtbank stelde vast dat het college reeds een hersteltermijn had gegeven en dat het niet verplicht was een tweede termijn te bieden. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.