Uitspraak
18.3320 PW, 18/4893 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Participatiewet, maar deze werd opgeschort na ontruiming van zijn woning en een onderzoek naar zijn woonsituatie. Tijdens een huisbezoek op 9 juni 2017 vertoonde betrokkene agressief verbaal en non-verbaal gedrag, waardoor toezichthouders het bezoek voortijdig beëindigden uit veiligheidsoverwegingen.
Het college trok de bijstand met ingang van die datum in vanwege het niet volledig meewerken aan het huisbezoek. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat betrokkene recht had op bijstand over de periode van 9 juni tot 28 juni 2017, omdat de toezichthouders hem niet tot kalmte hadden hoeven manen en geen hersteltermijn hadden geboden.
In hoger beroep stelde het college dat de toezichthouders terecht het huisbezoek hadden afgebroken vanwege de dreigende situatie en dat een hersteltermijn niet realistisch was. De Raad oordeelde dat betrokkene door zijn agressieve houding de medewerkingsplicht schond en dat het college daardoor geen duidelijkheid kon verkrijgen over zijn woonsituatie. Het hoger beroep van betrokkene werd afgewezen en het incidenteel hoger beroep van het college toegewezen.
De Raad vernietigde het eerdere vonnis en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor betrokkene vanaf 9 juni 2017 geen recht meer had op bijstand. De nabetaling en kostenvergoedingen werden daarmee teruggevorderd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 9 juni 2017 wordt bevestigd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.