Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van het overtreden van artikel 11a van de Opiumwet door het faciliteren van grootschalige hennepteelt via growshops. De tenlastelegging betrof het voorbereiden, verkopen en vervoeren van goederen bestemd voor beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt in de periode van 31 oktober 2016 tot 13 november 2018.
De officier van justitie stelde dat verdachte en medeverdachten wisten dat de goederen bestemd waren voor grootschalige hennepteelt en eiste een geldboete en onttrekking van in beslag genomen goederen. De verdediging voerde aan dat verdachte als holdingvennootschap niet strafrechtelijk betrokken was en vrijgesproken moest worden.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de aangetroffen goederen geschikt zijn voor hennepteelt, onvoldoende aanvullend bewijs bestaat dat verdachte en medeverdachten met hun gedragingen gericht waren op het voorbereiden of vergemakkelijken van grootschalige of beroepsmatige hennepteelt. Observaties, staandehoudingen en een pseudokoop leverden geen overtuigend bewijs op. Daarom werd verdachte vrijgesproken.
Beslagbeslissingen konden niet worden genomen in dit vonnis. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 14 juni 2022.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat goederen bestemd waren voor grootschalige of beroepsmatige hennepteelt.