Eiseres verzocht om dubbele kinderbijslag voor haar vijftienjarige dochter die zeer beperkt kan lopen en intensieve zorg nodig heeft. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) had dit geweigerd op grond van een zorgscore van twee punten, waarbij de dochter volgens het CIZ niet op mobiliteit scoorde.
De rechtbank stelde vast dat de dochter in eerdere jaren wel een punt op mobiliteit kreeg toegekend en dat de situatie volgens eiseres ongewijzigd was gebleven. De toelichtingen van het CIZ uit 2017, 2019 en 2021 toonden aan dat de dochter slechts korte afstanden zelfstandig kan lopen met begeleiding.
De rechtbank oordeelde dat de SVB onvoldoende had gemotiveerd waarom de score op mobiliteit was gewijzigd en dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen, met als gevolg dat eiseres recht heeft op dubbele kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2021.