Op 13 maart 2022 werd verdachte beschuldigd van bedreiging met een vuurwapen en poging tot wederrechtelijke dwang van het slachtoffer om in een auto te stappen. Daarnaast werd hem het bezit van een vuurwapen en munitie ten laste gelegd. De rechtbank heeft het bewijs tegen verdachte voor de bedreiging en dwang onvoldoende geacht, mede vanwege onduidelijke camerabeelden en gebrek aan ondersteunend bewijs zoals DNA-sporen. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van deze feiten.
Het bezit van het vuurwapen en de munitie, aangetroffen in de woning van verdachte, werd wel bewezen verklaard. Verdachte gaf aan het wapen in bewaring te hebben voor een vriend. De rechtbank oordeelde dat het bezit van een geladen vuurwapen, gezien de ernst en de maatschappelijke onrust rond vuurwapengeweld, strafbaar is en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van voorarrest.
De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken van de feiten die de schade zouden hebben veroorzaakt. Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder het holster en het vuurwapen, verbeurd verklaard dan wel onttrokken aan het verkeer, terwijl telefoons werden teruggegeven.
De uitspraak werd gewezen door de rechtbank Amsterdam op 1 juli 2022 door een meervoudige kamer, waarbij de ernst van het vuurwapenbezit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte in de strafoplegging werden meegewogen.