Op 12 december 2019 werd het slachtoffer op een parkeerterrein in Amstelveen doodgeschoten terwijl hij zijn zoontje hielp in te stappen. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen betrokken te zijn bij deze moord en poging tot doodslag.
De rechtbank baseerde zich op camerabeelden, telefoongegevens, openbaar vervoer data en verklaringen. Hoewel verdachte contact had met medeverdachten en zijn telefoon vermoedelijk uit stond tijdens het incident, kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat hij de schutter was. Ook het signalement en de schoenen van de schutter kwamen niet onderscheidend overeen.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden onvoldoende zwaarwegend waren om verdachte te verbinden aan het schietincident. Verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Daarnaast werden de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken en geen straf of maatregel werd opgelegd.