Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
24 november 2021, 13 juli 2022 en 20 juli 2022.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Standpunten van procespartijen
De opsporingsambtenaren zijn verder gegaan dan zij krachtens hun bevoegdheden mochten gaan.
De tijd tussen het binnenkrijgen van de ANPR-hit en de aanhouding bedroeg één uur en 43 minuten en de verbalisanten waren op meerdere momenten in de gelegenheid om tot controle over te gaan.
Zij hebben dat zonder aanwijsbare reden niet gedaan. Artikel 160 van Pro de Wegenverkeerswet (hierna: WVW) dan wel artikel 3 PW Pro bieden voor het optreden van de politie zoals die plaatsvond onvoldoende basis. De cocaïne die vervolgens is aangetroffen is onrechtmatig verkregen en dient te worden uitgesloten van het bewijs. Bij het ontbreken van andersoortig bewijs dient verdachte te worden vrijgesproken.
De rolkoffer was bestemd om daar de cocaïne in te verpakken en zou mogelijk op een andere locatie worden afgegeven. Verdachte is alleen gebruikt om de verpakking voor de cocaïne te brengen.
Van medeplegen kan in dit kader niet worden gesproken. Het aandeel van verdachte, bestaande uit het brengen van een lege koffer, is daarvoor te beperkt en ook enige wetenschap ontbrak bij hem.
Het aantreffen van pakketten met cocaïne van slechte kwaliteit en het aantreffen van een pakket met ‘nep dope’ maakt dat niet langer zeker is of alle pakketten cocaïne bevatten. Daar komt bij dat de precieze gewichten van de vier pakketten waaruit de monsters zijn genomen niet bekend zijn.
Hoogstens kan tot een bewezenverklaring worden gekomen van het aanwezig hebben van 4,48 kilo cocaïne.
Het voertuig was voor de duur van één jaar in hun eigen referentiebestand geplaatst in verband met ondermijnende criminaliteit met als doel om dit voertuig te controleren. De toestemming om het voertuig in het referentiebestand te plaatsen was verleend door officier van justitie J. Djamil op basis van bepaalde standaardvoorwaarden, waaraan dit voertuig voldeed. Toen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] eenmaal zicht hadden op het voertuig zagen zij dat er twee licht getinte Zuid Amerikaanse personen in het voertuig zaten. De verbalisanten zijn het voertuig onopvallend gaan volgen tot dat deze uiteindelijk in Amsterdam op de Van der Kunststraat aan de linkerzijde van de weg parkeerde.
De verbalisanten reden rechtdoor via de Weesperzijde en hebben kort geen zicht op het voertuig gehad. Verbalisant [verbalisant 1] stapte vervolgens uit het dienstvoertuig en liep richting het voertuig. Hij zag dat de bijrijder (naar later bleek: [medeverdachte 2] ) niet meer in het voertuig zat en dat er geen mensen in de buurt van het voertuig aanwezig waren. Hij vermoedde dat [medeverdachte 2] het NS station Amstel ingelopen was en is gaan kijken of dat het geval was. Kort daarna hoorde verbalisant [verbalisant 1] portofonisch van zijn collega [verbalisant 3] (hierna: [verbalisant 3] ) dat [medeverdachte 2] weer in het voertuig was gestapt en dat hij niet wist waar hij vandaan gekomen was. De verbalisanten hoorden van hun collega [verbalisant 4] (hierna: [verbalisant 4] ) dat het voertuig was gekeerd en via de Gooiseweg de rijksweg A10 opreed in de richting van Amsterdam Noord. Zij sloten vervolgens weer aan bij het volgen van eerdergenoemd voertuig en hadden zicht op het voertuig. Zij zagen dat het voertuig de Statenjachtstraat in Amsterdam opreed en daar parkeerde. Zij zagen dat de bestuurder (naar later bleek: [medeverdachte 2] ) uit het voertuig stapte.
Zij zagen dat [medeverdachte 2] uitstapte en achter het stuur van het voertuig ging zitten. [1]
6.Bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van het feit
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.