Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
1 juni 2022 die betrekking hebben op zijn Wob-verzoek en ten onrechte niet door verweerder zijn betrokken. Ook wijst eiser op het ontbreken van een verslag en de agenda van een overleg van 29 maart 2017.
Wob-verzoek. Zijn enkele overtuiging dat er meer documenten zijn en dat verweerder deze onder de pet houdt, is daarvoor onvoldoende. Verweerder heeft daarbij inzichtelijk gemaakt wat de verklaring is voor het feit dat er niet meer informatie onder verweerder berust. Zo heeft verweerder erop gewezen dat (uitgebreid) intern beraad beperkt is gebleven, omdat het uitgangspunt is geweest dat (bepaalde) informatie over de berekening van de buurtstraatquote niet openbaar mag worden gemaakt. Over het onderwerp is wel op enkele momenten inhoudelijk gecorrespondeerd door bepaalde ambtenaren, maar tot adviezen aan verweerder is het destijds niet gekomen.
Wob-verzoek zijn betrokken, slaagt ook niet. De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling een verzoek op grond van de Wob niet zover kan strekken dat het mede betrekking heeft op documenten die zijn vervaardigd na de datum van het verzoek [3] . Eiser kan dan ook niet worden gevolgd in zijn betoog dat zijn Wob-verzoek van
8 september 2020 ook ziet op de genoemde documenten op de bekrachtigingslijst van de raad van 1 juni 2022. Voor zover eiser heeft betoogd dat verweerder ten onrechte deze documenten niet heeft overgelegd, overweegt de rechtbank als volgt. Ingevolge artikel 8:42, eerste lid, van de Awb moet verweerder alle op de zaak betrekking hebbende stukken overleggen. Gelet op wat hiervoor is overwogen, overweegt de rechtbank dat verweerder terecht deze documenten niet heeft ingebracht omdat deze documenten niet ten grondslag liggen aan het bestreden besluit.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op