Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 mei 2021 met producties 1 - 29,
- de rolbeslissing van 28 juli 2021 waarbij DAS is vergund [gedaagde 3] in vrijwaring op te roepen, [gedaagde 2] is vergund DAS en [gedaagde 3] in vrijwaring op te roepen en [gedaagde 3] is vergund DAS en [gedaagde 2] in vrijwaring op te roepen,
- de conclusie van antwoord met producties, zijdens DAS,
- de conclusie van antwoord met producties, zijdens [gedaagde 2] ,
- de conclusie van antwoord met producties, zijdens [gedaagde 3] ,
- het tussenvonnis van 15 december 2021 waarbij een mondelinge behandeling is gelast,
- het proces-verbaal van 8 februari 2022 van de op die dag gehouden mondelinge behandeling, en de daarin genoemde processtukken en proceshandelingen,
- de conclusie van repliek, met producties,
- de conclusie van dupliek met producties, zijdens DAS,
- de conclusie van dupliek met producties, zijdens [gedaagde 2] ,
- de conclusie van dupliek met producties zijdens [gedaagde 3] ,
- de akte uitlaten producties zijdens [eiseres] ,
- de rolbeslissing van 15 juni 2022.
2.De feiten
“ [gedaagden] – [naam bv 1] fysiotherapie”. In de begeleidende e-mail is vermeld:
“vanwege de accuratere verantwoording van de tijdsbesteding.”
De vergoeding ziet toe op vergoeding van uw uurtarief voor de procedure en omvat alle (processuele) handelingen die nodig en denkbaar zijn in een dergelijke procedure tot en met de bespreking van de uitspraak/de beschikking. (…)
- [naam bv 2] B.V. (verder ook: [vestigingsplaats 3] BV),
- [naam bv 1] B.V. (verder ook: [vestigingsplaats 2] BV),
- [naam bv 3] B.V., en
- [naam 1] .
3.Het geschil
4.De beoordeling
“vanwege de accuratere verantwoording van de tijdsbesteding.”(zie 2.5). Verder blijkt uit het verslag van 20 april 2021 van haar accountant dat de werkzaamheden voor [gedaagde 2] en [naam zus]
“afzonderlijk worden gedeclareerd en betalingen van de facturen per cliënt worden geregistreerd”(zie 2.19).
“Een verdeling van de kosten per persoon heb ik nog niet doorgevoerd. Weet niet wat jullie hierover onderling hebben afgesproken. Anders is het bedrag door drieën te delen. D.w.z. € 665,03 per persoon.”(zie 2.4). Daaruit volgt dat het [eiseres] uit zichzelf ook voorstelt om de door haar gemaakte kosten in gelijke mate over de drie cliënten te verdelen. Dit komt overeen met de redelijke uitleg van het bepaalde in artikel 4.3 onder g van de Polisvoorwaarden van DAS (zie onder 4.17 en de eerste zin van 4.18).
“meeliftende”[gedaagde 3] . Uit niets is gebleken dat het [eiseres] tot de dagvaarding declaraties heeft gericht aan [gedaagde 3] of aanspraak heeft gemaakt op betaling van haar dienstverlening voor hem.