De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Wroclaw. De verdachte wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, feiten die onder de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet vallen.
Na een eerste zitting in september 2021 werd de zaak aangehouden in afwachting van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De behandeling werd in juli 2022 hervat waarbij werd vastgesteld dat de beslistermijn was verstreken en overleveringsdetentie niet langer mogelijk was. De identiteit van de verdachte werd bevestigd en de strafbaarheid van de feiten werd niet onderzocht vanwege de toepassing van bijlage 1 OLW.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland verbleef en dat hij gelijkgesteld kan worden met een Nederlander, waardoor overlevering alleen kan plaatsvinden indien hij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in Nederland kan uitzitten. De Poolse autoriteiten gaven een garantie dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgevoerd. Ondanks structurele problemen in de Poolse rechtsstaat concludeerde de rechtbank dat geen individueel risico op schending van het recht op een eerlijk proces is aangetoond.
De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan, aangezien het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en er geen weigeringsgronden zijn. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.