Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court [Sąd Okręgowy] in Lublin(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Tussenuitspraken
4.Artikel 11 OLW Pro: recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld
Krajowa Rada Sądownictwa(Nationale Raad voor de Rechtspraak, Polen, hierna: KRS) en zijn rol bij de benoeming van leden van de Poolse rechterlijke macht op grond van op 17 januari 2018 in werking getreden wetgeving. De
Sąd Najwyższy(Hoogste Rechter in burgerlijke en strafzaken, Polen, hierna: SN) heeft geconstateerd dat de KRS onder die wetgeving geen onafhankelijk orgaan is maar rechtstreeks onderworpen is aan politieke autoriteiten en dat dit gebrek aan onafhankelijkheid tot gebreken in de procedure tot benoeming van rechters leidt. De SN heeft namelijk geconcludeerd dat een zittingscombinatie van een gerecht niet behoorlijk is samengesteld in de zin van het Poolse Wetboek van Strafvordering wanneer die combinatie mede bestaat uit een persoon die tot rechter is benoemd op voordracht van de KRS overeenkomstig de in 2018 in werking getreden wetgeving, voor zover het gebrek dat aan de benoemingsprocedure kleeft in de omstandigheden van het geval tot een schending van de waarborgen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid in de zin van de Poolse Grondwet, artikel 47 Handvest Pro en artikel 6 EVRM Pro leidt;
Supreme Court of Irelandin een vergelijkbare zaak gestelde prejudiciële vragen [2] – die in wezen aan de orde stellen welke toets moet worden aangelegd en, indien dit de tweestappentoets uit het arrest
Minister for Justice and Equality (Gebreken in het gerechtelijk apparaat) [3] is, hoe deze toets moet worden uitgevoerd – naar hun formulering betrekking hebben op een EAB uitgevaardigd met het oog op strafvervolging, hoewel één van de bij de Ierse rechter aanhangige EAB’s tot uitvoering van een vrijheidsbenemende straf strekt;
Minister for Justice and Equality (Gebreken in het gerechtelijk apparaat)ontwikkelde tweestappentoets moet worden toegepast en heeft het nader toegelicht hoe deze toets moet worden uitgevoerd in een zaak als deze.
Trybunał Konstytucyjny(grondwettelijk hof) van 7 oktober 2021 [5] bij haar beoordeling betrokken – waarin, kort gezegd, de voorrang van fundamentele bepalingen van het Unierecht, te weten artikel 1, eerste alinea, VEU, artikel 2 VEU Pro, artikel 4, lid 3, VEU en artikel 19, lid 1, tweede alinea, VEU, op de Poolse Grondwet wordt ontkend – maar ook het arrest van 10 maart 2022 [6] – waarin, kort gezegd, de bindende aard van bepaalde aspecten van artikel 6 EVRM Pro wordt ontkend. Het voorgaande bevestigt daarnaast het eerder door de rechtbank uitgesproken oordeel dat sprake is van een reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces dat met name verband houdt met het feit dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties in Polen niet langer is gewaarborgd. [7]
5.Artikel 11 OLW Pro, detentieomstandigheden
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[Opgeëiste persoon]aan
the Regional Court [Sąd Okręgowy] in Lublin(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.