Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker] ,
De procesgang
De inhoud van het verzoekschrift
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
nogmaalsintegraal doornemen van de zaak, ook ten laste van de staat moeten komen.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker werd op 18 april 2021 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van vernieling, waarna hij op 19 april 2021 werd heengezonden. Op 13 juli 2021 werd hij door de politierechter ontslagen van alle rechtsvervolging. Verzoeker diende tijdig een verzoek in tot vergoeding van schade door ondergane verzekering en kosten van zijn raadsvrouw.
De rechtbank overwoog dat verzoeker recht heeft op een vergoeding voor twee dagen inverzekeringstelling tegen een standaardtarief van €130 per dag, en achtte het billijk de gevraagde vergoeding voor advocaatkosten en de kosten voor het verzoekschrift toe te kennen. De rechtbank vond het niet onredelijk dat verzoeker zijn vaste advocaat uit Lent koos, ondanks de verhuizing naar Amsterdam.
De rechtbank wees de vergoeding toe van in totaal €3.220,46, bestaande uit €260 voor de verzekering, €2.280,46 voor advocaatkosten en €680 voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank kent een vergoeding van in totaal €3.220,46 toe voor schade door verzekering en advocaatkosten na ontslag van rechtsvervolging.