Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[veroordeelde] ,
mr. J.K.T. Schoffelen, [kantooradres advocaat] ,
Rechtbank Amsterdam
Veroordeelde diende een bezwaarschrift in tegen het bevel tot DNA-afname en opname van haar DNA-profiel in de databank, naar aanleiding van een veroordeling voor oplichting en valsheid in geschrifte. De rechtbank hield een besloten raadkamer waarin de raadsman van veroordeelde en de officier van justitie hun standpunten toelichtten, waarbij veroordeelde zelf niet verscheen.
De rechtbank overwoog dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden voorschrijft dat van iedere veroordeelde celmateriaal moet worden afgenomen, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. De rechtbank toetste of de aard van het misdrijf of bijzondere omstandigheden rondom de veroordeelde zodanig waren dat DNA-afname niet van belang zou zijn voor opsporing en vervolging.
Gezien de aard van de gepleegde misdrijven (meerdere pogingen tot oplichting en valsheid in geschrifte) en het feit dat een voorwaardelijke taakstraf was opgelegd, achtte de rechtbank het recidivegevaar niet uitgesloten. De uitzonderingen op de DNA-afname waren derhalve niet van toepassing.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en bevestigde het bevel tot DNA-afname en opname in de databank. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.