ECLI:NL:RBAMS:2022:572
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding raadsman na onvoorwaardelijk sepot wegens vervaardigen softdrugs
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten na onvoorwaardelijke sepot van een strafzaak wegens vervaardigen softdrugs. De zaak was eenvoudig, maar duurde langer door betrokkenheid van meerdere personen en trage communicatie van het Openbaar Ministerie.
De raadsman had 6,06 uur gedeclareerd voor correspondentie en bijstand, waarvan 4,04 uur als redelijk werd erkend door het Openbaar Ministerie. De rechtbank oordeelde dat de correspondentie redelijk was en dat er gronden van billijkheid waren om de gevraagde kosten toe te kennen. Er was geen sprake van een in het oog springende bovenmatigheid.
De rechtbank kende een vergoeding toe van €3.359,50 voor de raadsman en €680,- voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. Verrekening met openstaande geldboetes vond niet plaats omdat een actueel overzicht ontbrak en later bleek dat geen boetes openstonden. De beschikking werd openbaar uitgesproken op 27 januari 2022 door rechter H.E. Hoogendijk.
Uitkomst: De rechtbank kent een vergoeding van €4.039,50 toe voor kosten van de raadsman en het verzoekschrift na onvoorwaardelijk sepot.